MTR Legal Advocaten https://www.mtrlegal.com Uw full-service advocatenkantoor gespecialiseerd in ondernemingsrecht Wed, 14 Jan 2026 09:23:05 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 /wp-content/uploads/2023/06/mtrlegal-icon-mobile-150x150.png MTR Legal Advocaten https://www.mtrlegal.com 32 32 Scheidingsjaar begint niet automatisch bij vertrek uit de woning https://www.mtrlegal.com/nl/scheidingsjaar-begint-niet-automatisch-bij-vertrek-uit-de-woning/ Wed, 14 Jan 2026 07:33:25 +0000 https://www.mtrlegal.com/?p=246843

Beschikking van het OLG Karlsruhe van 3 februari 2025 – zaaknr. 16 UF 165/24

Voordat een huwelijk ontbonden kan worden, moet het paar doorgaans het scheidingsjaar doorlopen, dat minstens een jaar moet duren. Volgens de wettelijke definitie moeten echtgenoten ten minste een jaar gescheiden leven voordat het verzoek tot echtscheiding kan worden ingediend. Het scheidingsjaar begint zodra de partners zich door duidelijke ruimtelijke en financiële scheiding en de wil tot echtscheiding van elkaar afgrenzen. Het onderwerp van deze paragraaf gaat over de juridische voorwaarden en het verloop van het scheidingsjaar. Alleen een ruimtelijke scheiding betekent nog niet dat er apart wordt geleefd. De scheiding moet daarentegen duidelijk worden verklaard en consequent worden uitgevoerd, zoals blijkt uit een beschikking van het OLG Karlsruhe van 3 februari 2025 (zaaknr. 16 UF 165/24).

Vereisten voor het apart leven

Tijdens het scheidingsjaar mogen de echtgenoten geen gezamenlijke huishouding voeren. Er moet sprake zijn van een duidelijke ruimtelijke en financiële scheiding. Het is daarvoor niet altijd noodzakelijk dat één van de partners de gezamenlijke woning verlaat. Het scheidingsjaar kan ook in de gezamenlijke woning doorgebracht worden als beide echtgenoten ieder een eigen huishouding voeren en die huishoudens daadwerkelijk gescheiden zijn. Onder bepaalde voorwaarden kan het paar ook onder één dak blijven wonen, zolang er een duidelijke scheiding is van eten en slapen.

Praktische uitvoering in de gezamenlijke woning

De scheiding wordt ook duidelijk doordat de partners afzien van gezamenlijke gewoonten en bepaalde ruimtes niet langer samen gebruiken. De woonsituatie tijdens het scheidingsjaar speelt hierbij een centrale rol, omdat deze de naleving van de wettelijke voorschriften documenteert. Beide echtgenoten moeten tijdens het scheidingsjaar gescheiden huishoudens voeren en gescheiden hun financiën regelen, om de juridische scheiding te documenteren. Het vertrek van een van de echtgenoten markeert ook niet automatisch het begin van het scheidingsjaar, aldus advocatenkantoor MTR Legal Advocaten, dat onder meer gespecialiseerd is in familierecht.

Vaak wordt de vraag gesteld hoe apart leven in één woning in de praktijk kan worden uitgevoerd. In het kader van een stuklopend huwelijk geldt dat het principe van echtelijke solidariteit tijdens het scheidingsjaar van kracht blijft, vooral met betrekking tot alimentatieverplichtingen.

Ruimtelijke afstand op zichzelf is geen scheiding

Ook de zaak bij het OLG Karlsruhe is een goed voorbeeld van hoe het scheidingsjaar in de praktijk wordt toegepast en door de rechtbank juridisch wordt beoordeeld. In de onderliggende zaak was het echtpaar sinds 2007 getrouwd en woonde sinds 2015 met de gezamenlijke dochter in één huis. Na verloop van tijd kreeg het huwelijk steeds meer problemen. Gezamenlijke activiteiten vonden niet meer plaats.

In augustus 2022 trok de man in bij zijn ouders, circa 500 kilometer verderop, om er voor zijn zorgbehoevende moeder te zorgen en een nieuwe baan te beginnen. Toch hield hij formeel zijn woonadres aan en bezocht hij zijn vrouw en dochter af en toe in het weekend. Intiem contact of gezamenlijke vrijetijdsbesteding vonden volgens beiden niet meer plaats. In zulke gevallen kunnen juridische of emotionele valkuilen ontstaan, bijvoorbeeld als de scheiding niet duidelijk is doorgevoerd of gedocumenteerd. De juridische positie van de uitgetrokken partner blijft relevant, vooral wat betreft de huurovereenkomst en de vraag of het domicilie daadwerkelijk is opgegeven.

Voor de vrouw betekende het vertrek van haar partner het begin van de scheiding. Haar intentie om te scheiden heeft ze haar man uiteindelijk in een gesprek in juli 2023 meegedeeld. In het najaar van 2023 diende ze het echtscheidingsverzoek in, omdat ze het scheidingsjaar na het vertrek van haar partner, een jaar eerder, als voltooid beschouwde.

Scheiding van tafel en bed

Betekenis voor het apart leven tijdens het scheidingsjaar

De scheiding van tafel en bed is in het Duitse echtscheidingsrecht een centraal criterium voor het apart wonen tijdens het scheidingsjaar. Daarbij moeten verschillende aspecten in acht worden genomen, met name met het oog op juridische en praktische gevolgen zoals gezag, alimentatie en echtscheidingsafspraken. Het betekent dat echtgenoten niet langer als een echtpaar samenleven, maar hun levenssferen duidelijk van elkaar scheiden. Dit betreft zowel het gezamenlijk eten als het slapen en het besteden van vrije tijd. Voor de familierechtbank is de scheiding van tafel en bed een belangrijk teken dat de echtelijke samenleving daadwerkelijk is beëindigd en het scheidingsjaar in de zin van de wet loopt.

Gescheiden leven ondanks gezamenlijke woning

Juist in Duitsland komt het vaak voor dat echtgenoten na de scheiding eerst nog samen in dezelfde woning blijven wonen, bijvoorbeeld om financiële redenen of in het belang van de kinderen. In zulke gevallen is het bijzonder belangrijk dat de echtgenoten hun huishouding duidelijk van elkaar scheiden. Dat kan betekenen dat ieder een eigen slaapkamer heeft, gescheiden huishoudgelden beheert en niet meer samen eet. Het gebruik van gezamenlijke ruimtes zoals keuken of badkamer moet bij voorkeur ook zoveel mogelijk gescheiden in tijd plaatsvinden, om het apart wonen voor derden en de familierechtbank begrijpelijk te maken.

Gevolgen voor scheidingsjaar en alimentatie

De scheiding van tafel en bed is niet alleen relevant voor het verloop van het scheidingsjaar, maar kan ook gevolgen hebben voor het recht op alimentatie tijdens de scheiding. Het is vooral belangrijk om de wettelijke termijn van het scheidingsjaar aan te houden, omdat deze termijn ook bepalend is voor het geldend maken van alimentatieaanspraken. Wie kan aantonen dat hij of zij daadwerkelijk gescheiden leeft, kan onder bepaalde omstandigheden aanspraak maken op alimentatie. De familierechtbank onderzoekt in de echtscheidingsprocedure nauwkeurig of aan de vereisten voor het scheidingsjaar is voldaan – met name in gevallen waarin de echtgenoten nog onder één dak wonen.

In de praktijk is het aan te bevelen om de verdeling van de woning en het beëindigen van de gezamenlijke huishouding zo nauwkeurig mogelijk te documenteren. Zo kunnen misverstanden en latere geschillen worden voorkomen. Bij onzekerheden of vragen over de scheiding van tafel en bed, het scheidingsjaar of andere aspecten van het familierecht is het raadzaam om tijdig juridisch advies in te winnen. Een gespecialiseerde advocaat in het familierecht kan helpen om de eigen rechten en plichten in verband met de echtscheiding en alimentatie tijdens de scheiding op te helderen en het verloop van het scheidingsjaar juridisch veilig te organiseren.

Echtscheidingsverzoek afgewezen

Net als de bevoegde familierechtbank wees ook het gerechtshof OLG Karlsruhe het echtscheidingsverzoek af. Het achtte het scheidingsjaar niet vervuld omdat de verzoekster niet voldoende kon aantonen dat er al ten minste een jaar een juridisch relevante scheiding van tafel en bed bestond. Er was weliswaar sprake van een ruimtelijke scheiding, maar er ontbrak een ondubbelzinnige verklaring van de vaste intentie tot scheiding tegenover de echtgenoot. De beweerde mededeling was niet voldoende om een duidelijke breuk in de huwelijkse samenleving aan te tonen.

De rechtbank stelde eerst duidelijk dat op grond van § 1565 lid 1 BGB (Duits Burgerlijk Wetboek) een huwelijk kan worden ontbonden als het is mislukt. Het mislukken wordt volgens § 1566 BGB vermoed als de echtgenoten ten minste een jaar gescheiden leven en beiden scheiding wensen of één van hen het herstel van de samenleving weigert.

Subjectieve scheidingswil als voorwaarde voor het scheidingsjaar

Wanneer is sprake van een feitelijke scheiding in de zin van § 1567 BGB?

Onder gescheiden leven in de zin van § 1567 BGB wordt verstaan dat er geen huiselijke gemeenschap meer bestaat tussen de echtgenoten en dat ten minste één partner deze ook niet meer wil herstellen. Deze subjectieve wil om het huwelijk definitief te beëindigen, was in dit geval volgens het OLG niet voldoende duidelijk.

Ter motivering voerde het hof aan dat de verhuizing van de echtgenoot in augustus 2022 om familiale en professionele redenen had plaatsgevonden en niet met de intentie om het huwelijk te beëindigen. Daardoor was deze stap aanvankelijk geen scheiding in juridische zin. Pas als een echtgenoot uitdrukkelijk verklaart de huwelijkse samenleving niet te willen voortzetten, begint het scheidingsjaar te lopen. Deze verklaring moet bovendien duidelijk en ondubbelzinnig aan de andere echtgenoot worden meegedeeld. Vage hints, ruzies of emotionele afstand zijn daarvoor niet voldoende.

Geen duidelijke scheidingsverklaring – scheidingsjaar niet rechtsgeldig begonnen

Het probleem was dat de echtgenote haar vermeende scheidingswil in juli 2023 niet duidelijk kon aantonen. Volgens het oordeel van de rechtbank ging het eerder om een algemeen gesprek over de moeilijke relatie, maar niet om een ondubbelzinnige scheidingsverklaring. Ook het samen overnachten daarna sprak ertegen dat de intentie tot definitieve beëindiging van het huwelijk op dat moment al vaststond. De latere contacten, bijvoorbeeld het bezoek van de echtgenoot in november 2023, onderstreepten bovendien dat er geen consequent gescheiden leven werd geleid, aldus het OLG Karlsruhe. Er ontbrak dus een duidelijke aanvang van het scheidingsjaar, zodat het echtscheidingsverzoek te vroeg was ingediend.

Kinderen en voogdij tijdens het scheidingsjaar

Verantwoordelijkheid van de ouders en stabiliteit voor het kind

Het scheidingsjaar is niet alleen voor de echtgenoten, maar vooral ook voor de kinderen een grote uitdaging. Terwijl de ouders hun scheiding regelen en het verloop van het scheidingsjaar organiseren, moeten de kinderen omgaan met de nieuwe gezinssituatie. Juist in deze gevoelige fase is het van groot belang dat beide ouders hun verantwoordelijkheid tegenover het kind blijven nemen en voor stabiliteit zorgen.

Volgens het Duitse echtscheidingsrecht blijft het gezamenlijke ouderlijk gezag in principe ook tijdens het scheidingsjaar bestaan. Dat betekent dat beide ouders gezamenlijk blijven beslissen over belangrijke zaken van het kind – bijvoorbeeld over schoolkeuze, medische behandelingen of de woonplaats. Alleen in uitzonderingsgevallen, als het welzijn van het kind in gevaar is of een ouder zijn plichten grovelijk schendt, kan de familierechtbank op verzoek het ouderlijk gezag aan één ouder alleen toewijzen.

Omgangsrecht en kinderalimentatie tijdens het scheidingsjaar

Ook het contact met het kind dient tijdens de scheidingsperiode zo veel mogelijk in goed overleg te worden geregeld. Het kind heeft recht op regelmatig contact met beide ouders, ongeacht bij wie het voornamelijk woont. Oplossingen in onderling overleg tussen ouders zijn niet alleen in het belang van het kind, maar voorkomen ook langdurige en belastende procedures bij de familierechtbank. Mocht er toch een conflict ontstaan, dan kan de rechter een omgangsregeling treffen die het belang van het kind centraal stelt.

Naast het ouderlijk gezag speelt ook de kinderalimentatie tijdens het scheidingsjaar een belangrijke rol. De ouder bij wie het kind niet woont, is doorgaans verplicht om alimentatie te betalen. De hoogte van de kinderalimentatie wordt bepaald aan de hand van de zogenaamde Düsseldorfer Tabelle en houdt rekening met het inkomen van de onderhoudsplichtige ouder.

Belang van het gedrag van de ouders voor de echtscheidingsprocedure

Ouders moeten zich ervan bewust zijn dat het gedrag tijdens het scheidingsjaar ook invloed kan hebben op de latere echtscheidingsprocedure en de beslissingen van de rechter. Wie het welzijn van het kind vooropstelt, op een coöperatieve manier samenwerkt met de ex-partner en conflicten vermijdt, creëert de beste voorwaarden voor een gezamenlijke scheiding en een stabiele toekomst voor het kind. Bij onzekerheden over vragen rond ouderlijk gezag, omgang of alimentatie is het aan te raden tijdig juridisch advies in te winnen om de rechten en plichten in verband met de scheiding en echtscheiding te verduidelijken.

Begin van het scheidingsjaar documenteren

De uitspraak maakt duidelijk dat scheiden in juridische zin meer betekent dan alleen het verlaten van de echtelijke woning. Wie wil scheiden, moet deze bedoeling ook duidelijk aan de partner communiceren en indien mogelijk documenteren. Anders kan het begin van het scheidingsjaar worden uitgesteld, wat ook gevolgen kan hebben voor de vermogensverdeling bij de echtscheiding.

Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste aspecten van het scheidingsjaar.

MTR Legal Advocaten adviseert over scheiding en echtscheiding evenals over andere onderwerpen van het familierecht.

Neem gerust contact met ons op!

]]>
Auteursrecht bij mobieltelefoonvideo’s https://www.mtrlegal.com/nl/auteursrecht-bij-mobieltelefoonvideos/ Wed, 07 Jan 2026 07:00:59 +0000 https://www.mtrlegal.com/?p=246832

Auteursrecht in de digitale wereld: bescherming voor video’s, afbeeldingen en creatieve inhoud

\r\nHet auteursrecht vormt de basis voor de bescherming van intellectueel eigendom zoals films, mobiele telefoonvideo’s, afbeeldingen, muziek en andere creatieve werken. Het waarborgt voor de makers het exclusieve recht om te bepalen over het gebruik, de exploitatie en de publicatie van hun werken. Juist in het tijdperk van smartphones en sociale media, waarin content snel wordt gemaakt, gedeeld en verspreid, is het auteursrecht van centraal belang. Het beschermt niet alleen de economische belangen van de rechthebbenden, maar ook de persoonlijke relatie van de maker met zijn werk.\r\n

Centrale rechten en beschermingsmechanismen in het auteursrecht

\r\nTot de belangrijkste rechten die het auteursrecht verleent, behoren het recht op verveelvoudiging, verspreiding en openbare weergave van werken. Daarnaast regelt het auteursrecht de overdracht en verlening van gebruiksrechten, zodat makers kunnen beslissen wie hun video’s, afbeeldingen of films mag gebruiken – hetzij privé, redactioneel of commercieel. De zogeheten persoonlijkheidsrechten van de maker beschermen bovendien tegen verminking of ongewenste wijziging van het werk en waarborgen voor de maker de erkenning van zijn auteurschap.\r\n

Auteursrecht in de praktijk: social media, smartphone en rechtszekere omgang

\r\nIn het dagelijks leven en met name bij de productie van mobiele telefoonvideo’s en films met de smartphone is het belangrijk de basisregels van het auteursrecht te kennen. Wie eigen content maakt, doet er goed aan zich vroegtijdig te informeren over de mogelijkheden van exploitatie en de overdracht van gebruiksrechten. Evenzeer geldt dat typische fouten moeten worden vermeden, zoals het ongeoorloofd gebruiken van werken van derden of het negeren van persoonlijkheidsrechten van de maker. Juist op sociale media, waar video’s en afbeeldingen vaak met enkele klikken worden gedeeld, is het risico op auteursrechtinbreuken groot.\r\n\r\nOm auteursrechtinbreuken te voorkomen, is het aan te bevelen eigen werken duidelijk te markeren, bijvoorbeeld met een copyrightvermelding, en bij het gebruik van content van derden steeds de vereiste licenties of toestemmingen te verkrijgen. Ook affiliate links en andere methoden kunnen helpen de rechten van makers te waarborgen en de exploitatie transparant vorm te geven.\r\n\r\nWie als maker of exploitant van werken actief is, moet zich regelmatig informeren over actuele informatie, regels en tips over het auteursrecht. Zo kunnen niet alleen juridische valkuilen worden vermeden, maar kunnen ook de eigen rechten en het intellectuele eigendom effectief worden beschermd.\r\n

Opnamen auteursrechtelijk beschermd – LG Frankfurt – 2-06 O 299/24

\r\nVideo-opnamen met de mobiele telefoon worden bij talrijke gebeurtenissen gemaakt. Het Landgericht Frankfurt heeft bij vonnis van 16 mei 2025 (Az. 2-06 O 299/24) beslist dat ook video-opnamen met de mobiele telefoon c.q. smartphone onder het auteursrecht vallen en dienovereenkomstig auteursrechtelijk beschermd zijn.\r\n\r\nHet auteursrecht is een klassiek gebied van de bescherming van industriële eigendom. Overeenkomstig § 2 van de Auteurswet (UrhG) kunnen muziek, films, foto’s, geschriften, werken van de beeldende kunst en verdere werken auteursrechtelijk beschermd zijn. Minder duidelijk geregeld is echter de bescherming door het auteursrecht bij video-opnamen met de mobiele telefoon. Het LG Frankfurt stelde nu vast dat mobiele opnamen weliswaar geen film zijn, maar toch als zogeheten ‘Laufbild’ onder het auteursrecht vallen en auteursrechtelijk beschermd zijn. De exclusieve gebruiksrechten op de opnamen kunnen worden overgedragen, aldus het economisch advocatenkantoor MTR Legal Rechtsanwälte, dat ook adviseert op het gebied van auteursrecht en andere thema’s van de bescherming van industriële eigendom.\r\n

Particulier filmt overstroming met smartphone

\r\nIn de onderliggende zaak bij het LG Frankfurt had een particulier met haar smartphone een overstroming in een gemeente in Baden-Württemberg gefilmd. Daarbij nam zij onder meer op hoe een geluidsscherm onder de druk van de watermassa’s is ingestort. Nog op de dag van de opname droeg de maker van deze video de exclusieve gebruiksrechten op de opnamen over aan een persbureau.\r\n\r\nDe volgende dag bood een ander mediabedrijf stilstaande beelden uit deze video via een nieuwsbrief en zijn website aan tegen betaling van een honorarium. Het persbureau zag daarin een schending van zijn gebruiksrecht en spande een procedure aan tot staking en schadevergoeding.\r\n

Exclusief gebruiksrecht overgedragen

\r\nDe vordering had bij het Landgericht Frankfurt succes. Na het horen van getuigen kwam de rechtbank tot de overtuiging dat de persoon die de overstroming had gefilmd, de gebruiksrechten op de video exclusief aan het persbureau had overgedragen. Het eisende persbureau had daarom aanspraak op het staken van de verspreiding van de stilstaande beeldopnamen uit de video en had bovendien aanspraak op schadevergoeding.\r\n\r\nDe mobiele telefoonvideo documenteerde de gebeurtenis in real time, zonder bewerking, zonder enscenerende vormgeving of regiewerk. Daarmee voldeed zij weliswaar niet aan de eisen van een klassiek filmwerk, omdat zij niet de vereiste scheppingshoogte vertoonde, aldus de rechtbank. Toch valt de video als zogeheten ‘Laufbild’ – dat wil zeggen een beeld- en geluidsreeks zonder filmkarakter – onder het auteursrecht. Overeenkomstig § 95 Auteurswet genoten ook dergelijke ‘Laufbilder’ auteursrechtelijke bescherming.\r\n

Ook ‘Laufbilder’ genieten auteursrechtelijke bescherming

\r\nNet als bij klassieke werken kunnen bij zulke bewegende beelden gebruiksrechten aan derden worden overgedragen. In het onderhavige geval zijn de exclusieve gebruiksrechten aan het persbureau overgedragen, zodat alleen dit bureau de opnamen ook mocht exploiteren. Doordat het gedaagde mediabedrijf de stilstaande beelden zonder toestemming van het persbureau heeft gebruikt, heeft het volgens de rechtbank (LG) Frankfurt inbreuk gemaakt op diens rechten.\r\n\r\nDe rechtbank (LG) Frankfurt wees er bovendien op dat een eerdere publicatie van de opnamen op sociale netwerken niet noodzakelijkerwijs uitsluit dat later nog een rechtsgeldige exclusieve rechtenoverdracht plaatsvindt. Ook na het delen van content op social media kan de maker aan een derde nog steeds het exclusieve gebruiksrecht op de content verlenen, aldus de rechtbank. Een dergelijke openbaarmaking leidt dus niet per se tot het verlies van exclusieve rechten.\r\n

Auteursrecht en gebruiksrecht verduidelijken

\r\nHet vonnis van de rechtbank (LG) Frankfurt laat zien dat ook spontane mobieltelefoonvideo’s auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn. Degene die de gebeurtenis opneemt, is in de regel de maker en kan beslissen over de exploitatie. Daarmee ontstaan voor hem onder meer rechten op verveelvoudiging, verspreiding, openbaarmaking, enzovoort.\r\n\r\nWie zo’n video bijvoorbeeld redactioneel of commercieel wil gebruiken, heeft de toestemming van de rechthebbende of een passende licentie nodig. Wordt geen toestemming verkregen, dan zijn onder meer vorderingen tot staking en schadevergoeding mogelijk. Ook voor het gebruik van losse beelden is volgens het vonnis toestemming vereist.\r\n\r\nJuist in het digitale tijdperk met social media en snelle verspreidingskanalen is de beslissing van de rechtbank (LG) Frankfurt van grote relevantie. Auteursrecht en gebruiksrechten moeten worden opgehelderd wanneer materiaal zoals een mobieltelefoonvideo gebruikt moet worden.\r\n\r\nMTR Legal Rechtsanwälte adviseert op het gebied van het auteursrecht en andere onderwerpen van de industriële eigendomsbescherming.\r\n\r\nNeem gerust contact met ons op.”

]]>
Hervorming van het Europese DesignG-recht https://www.mtrlegal.com/nl/hervorming-van-het-europese-designg-recht/ Mon, 05 Jan 2026 07:15:59 +0000 https://www.mtrlegal.com/?p=246829 Nieuwe bepalingen van de designwet op 1 juli 2025 in werking getreden

Met ingang van 1 juli 2025 is de uitgebreide hervorming van het Europese designrecht in werking getreden. Met de Verordening (EU) 2024/2822 en de bijbehorende Richtlijn (EU) 2024/2821 heeft de Europese Unie het bestaande systeem van het Gemeenschapsmodelrecht fundamenteel gemoderniseerd. De hervorming zet de wettelijke bescherming van design op een nieuwe wettelijke basis.

Het designrecht, ook wel modellenrecht genoemd, is een klassiek gebied van het industriële eigendomsrecht. Met de EU-hervorming, die is gebaseerd op de wet inzake de wettelijke bescherming van designrechten, moet het verouderde designrecht worden gemoderniseerd en aangepast aan digitale en technologische vernieuwingen, aldus het advocatenkantoor MTR Legal Rechtsanwälte, dat adviseert op het gebied van designrecht en andere thema’s van het industriële eigendomsrecht.

Door de hervorming van het Europese designrecht moeten procedures worden vereenvoudigd en de rechtsbescherming tegen imitatie worden versterkt. De veranderingen hebben betrekking op zowel de terminologie als de materiële beschermingsomvang en de handhavingsmogelijkheden. De wijziging van de wettelijke bepalingen door de hervorming brengt voor ontwerpers, bedrijven en merkhouders belangrijke consequenties met zich mee, waarmee in de praktijk tijdig rekening moet worden gehouden.

Wijzigingen in de terminologie

Allereerst wordt de tot nu toe gebruikte aanduiding “Gemeenschapsmodel” vervangen door de nieuwe term “Unie-model” of “EU-model”. Deze terminologische uniformering sluit aan bij het al bestaande concept van het “Unie-merk”. Volgens de inhoud blijft het karakter van het beschermingsrecht behouden: nog steeds wordt het uiterlijk van een product of een deel daarvan beschermd, dat in het bijzonder voortvloeit uit lijnen, contouren, kleuren, de vorm of de oppervlakte-structuur. Voor de beschermingsomvang zijn vooral de zichtbare kenmerken doorslaggevend, omdat alleen deze de nieuwheid en eigen aard van het ontwerp kunnen bepalen. Bestaande Gemeenschapsmodellen behouden hun beschermingsomvang; een nieuwe aanvraag is niet vereist.

Ook de term “product” is opnieuw gedefinieerd en omvat nu uitdrukkelijk ook niet-fysieke objecten. Zo kan elk industrieel of ambachtelijk voorwerp, met uitzondering van computerprogramma’s, ook als product worden beschouwd. Of het nu in een fysiek object wordt gebruikt of een niet-fysieke vorm aanneemt, is daarbij niet van belang, waarbij ook zichtbare kenmerken van onderdelen van een product relevant zijn voor de nieuwheid. De nieuwheid van een ontwerp wordt met name bepaald door de zichtbare kenmerken van de onderdelen.

Uitbreiding van de beschermingsomvang in het designrecht

De beschermingsomvang wordt uitgebreid naar digitale en geanimeerde verschijningsvormen. In de toekomst kunnen niet alleen klassieke productvormen, maar ook grafische gebruikersinterfaces, geanimeerde symbolen, overgangen of virtuele objecten in augmented- of virtual reality-omgevingen worden beschermd. Ontwerpen waarvan de kenmerken uitsluitend door hun technische functie zijn bepaald, blijven echter van bescherming uitgesloten.

Deze aanpassing doet recht aan de realiteit dat modern design allang niet meer tot fysieke objecten beperkt is en houdt rekening met het beoogde gebruik van digitale ontwerpen. Zo kan een autofabrikant naast de uiterlijke vorm van een voertuig nu ook het ontwerp van het digitale instrumentenpaneel of de animaties in het infotainmentsysteem als Unie-model laten registreren. Voor softwarebedrijven, app-ontwikkelaars en fabrikanten van digitale apparaten opent dit een nieuwe beschermingsdimensie die tot nu toe onvoldoende werd bestreken.

3D-printen

Een belangrijk onderdeel van de hervorming is de aanpassing van het designrecht aan nieuwe productietechnologieën, in het bijzonder aan 3D-printen. Designbescherming geldt daarom ook voor 3D-modellen.

De openbaarmaking van een 3D-model, dus diens publiekelijke beschikbaarstelling, is van centraal belang voor de designbescherming. Ontwerpen die vertrouwelijk zijn ontwikkeld en niet openbaar zijn gemaakt, kunnen van bescherming worden uitgesloten.

Het maken, downloaden, kopiëren, delen of verspreiden van alle media of software waarop het model is vastgelegd aan derden vormt een inbreuk. Privé, niet-commercieel 3D-printen van beschermde ontwerpen blijft echter toegestaan. De wetgever wil de technologische ontwikkeling hiermee niet belemmeren, maar tegelijkertijd commerciële namaak voorkomen.

Reparatieclausule voor vervangingsonderdelen in verband met reparatie

Een ander centraal onderdeel van de hervorming is de permanente invoering van de zogeheten reparatieclausule (uitsluiting van designbescherming bij reparatie). Tot nu toe was deze in de oude Gemeenschapsmodellenverordening alleen als overgangsbepaling geregeld. Nu wordt ze permanent en uniewijd geharmoniseerd. De regeling bepaalt dat designbescherming niet geldt voor onderdelen van een complex product die uitsluitend dienen om het oorspronkelijke uiterlijk te herstellen. Dit geldt echter uitsluitend bij reparatiedoeleinden, waarbij het vervangingsonderdeel moet overeenkomen met het uiterlijk van het origineel. De uitsluiting van bescherming betreft met name onderdelen die uitsluitend voor reparatie worden gebruikt, om te garanderen dat reparaties aan het product mogelijk blijven.

“D in een cirkel” duidt op bestaande designrechten

Een zichtbare vernieuwing is de introductie van een nieuw kenmerk: het zogenaamde ‘D in een cirkel’ kan gebruikt worden om op bestaande designrechten te wijzen. Het doel is om de commercialisering van geregistreerde modellen te vergemakkelijken en de zichtbaarheid van het modelrecht te vergroten. Het gebruik ervan is vrijwillig, maar kan in de praktijk een afschrikkend effect hebben op namaak en dienen als bewijs voor de goede trouw van de rechthebbende in conflictgevallen.

Aanmelding en kosten

Aanmeldingen moeten nu rechtstreeks bij het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (EUIPO) worden ingediend; aanmelding via nationale bureaus is niet meer mogelijk. De aanmeldingsdatum is daarbij bepalend voor het ontstaan van de bescherming en de prioriteit van het ontwerp. Bovendien zijn groepsaanmeldingen met maximaal 50 modellen mogelijk. Registratie- en publicatiekosten worden samengevoegd tot één aanmeldingsvergoeding.

  • De registratie vindt plaats in het officiële register, dat inzage geeft in de geregistreerde ontwerpen.
  • De EU-lidstaten moeten de nieuwe richtlijn binnen 36 maanden omzetten in nationaal recht.
  • Er bestaat de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen beslissingen in de aanmeldingsprocedure.

Internationale modelbescherming volgens de Modelwet

De Modelwet (DesignG) en de bepalingen van het Europese modelrecht zijn al lang niet meer alleen van nationaal belang. In een geglobaliseerde economie is internationale bescherming van ontwerpen van wezenlijk belang voor bedrijven en ontwerpers. Wie zijn creaties en innovaties effectief wil beschermen tegen nabootsing, moet de omvang van zijn rechten grensoverschrijdend overwegen.

Internationale modelaanvraag op grond van de Overeenkomst van Den Haag

Een belangrijk instrument voor internationale bescherming van modellen is de registratie op basis van de Overeenkomst van Den Haag. Met een internationale aanvraag kunnen modellen in tal van verdragsstaten gelijktijdig worden beschermd. Dit vereenvoudigt de procedure aanzienlijk en zorgt ervoor dat de juridische bescherming van het ontwerp niet bij de landsgrens stopt. Bedrijven en ontwerpers profiteren zo van een efficiënte en kostengunstige manier om hun rechten wereldwijd veilig te stellen.

Uniforme EU-modelbescherming door de Gemeenschapsmodelverordening (GGV)

Binnen de Europese Unie zorgt de Gemeenschapsmodelverordening (GGV) voor een uniforme bescherming van ontwerpen in alle lidstaten. Door de centrale registratie bij het EUIPO krijgen houders van modellen met slechts één procedure uitgebreide bescherming in de hele EU. Dit versterkt de positie van de rechthebbenden en maakt het makkelijker hun rechten te handhaven bij inbreuken.

Internationale samenwerking bij de bestrijding van inbreuken op modelrechten wordt steeds belangrijker. Vooral de douaneautoriteiten spelen een doorslaggevende rol bij het tegenhouden van nagemaakte of gekopieerde producten aan de grens. Zij kunnen verdachte goederen in beslag nemen en zo effectief bijdragen aan de bescherming van het ontwerp. Voor houders van modellen is het daarom aan te bevelen hun rechten ook bij de douane te laten registreren, om in geval van nood snel te kunnen handelen.

Uitdagingen en juridisch advies in het internationale modelrecht

Het toepassen van de Modelwet op internationale situaties stelt bedrijven en rechthebbenden echter voor bijzondere uitdagingen. Verschillende nationale regels, internationale verdragen en de jurisprudentie van rechtbanken moeten zorgvuldig in acht worden genomen, om de bescherming van het eigen ontwerp niet in gevaar te brengen. Vooral bij grensoverschrijdende geschillen is het belangrijk om de betreffende regelgeving en procedures goed te kennen.

Gezien de complexiteit van het internationale modelrecht is het aan te raden tijdig gekwalificeerd juridisch advies in te winnen. Een ervaren advocaat of octrooigemachtigde kan helpen om de optimale beschermingsstrategie te ontwikkelen, de registratie in de relevante landen te coördineren en in geval van inbreuk de juiste maatregelen te nemen.

Conclusie: Wereldwijde modelbescherming als concurrentievoordeel

Al met al blijkt: internationale bescherming van modellen is een essentieel onderdeel van een succesvolle innovatie- en marketingstrategie. Door doelgericht gebruik te maken van de mogelijkheden van de Modelwet, internationale registratie en samenwerking met autoriteiten kunnen modelhouders hun rechten wereldwijd handhaven en hun creatieve prestaties duurzaam beschermen.

 

MTR Legal Advocaten adviseert op het gebied van modelrecht en andere onderwerpen van de industriële eigendomsbescherming.

Neem gerust contact met ons op!

]]>
Gratis vacatures in het regionale portaal en het staatsvrijheidsbeginsel https://www.mtrlegal.com/nl/gratis-vacatures-in-het-regionale-portaal-en-het-staatsvrijheidsbeginsel/ https://www.mtrlegal.com/nl/gratis-vacatures-in-het-regionale-portaal-en-het-staatsvrijheidsbeginsel/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:39:52 +0000 https://www.mtrlegal.com/kostenlose-stellenanzeigen-im-kreisportal-und-das-staatsferne-gebot/ Achtergrond van de procedure

Centrale vraag in de procedure bij het Bundesgerichtshof was of een Landkreis via zijn internetportaal vacatures van particuliere bedrijven mag publiceren zonder hiervoor een vergoeding te vragen. Aanleiding was de klacht van een krantenuitgeverij die zich door dit aanbod in haar vrijheid van economische activiteiten benadeeld voelde. De uitgeverij stelde dat het gratis digitale aanbod van de Landkreis de werking van de vrije pers in gevaar bracht en een oneerlijke marktinterventie vormde.

Beoordeling van de toelaatbaarheid van gemeentelijke informatieaanbiedingen

Onafhankelijkheid van de staat en taken van de pers

Het Bundesgerichtshof maakte duidelijk dat overheids- of gemeentelijke instanties zich in principe terughoudend moeten opstellen bij het verspreiden van informatie, zolang er een goed functionerende particuliere persmarkt bestaat. Deze zogenaamde onafhankelijkheid van de pers is als grondwettelijk voorschrift ingericht om de pers haar onafhankelijke controlerende functie te kunnen laten uitoefenen. De rechter benadrukte in dat verband dat het niet tot de taak van een gemeente behoort om algemene informatie van commerciële of ondernemingsaard te verstrekken als deze functie al, bijvoorbeeld door dagbladen, wordt ingevuld.

Publicatie van bedrijfs­vacatures

Volgens het hof ging het gratis aanbieden van een digitale vacaturemarkt door de Landkreis op haar website buiten het toelaatbare kader van openbare informatietaak. Volgens het vonnis behoort het presenteren van vacatures van particuliere bedrijven niet tot de gemeentelijke informatietaken die onder de publieke dienstverlening vallen, maar betreft dit vooral economische belangen die typisch tot het perswezen behoren. Het gratis publiceren van dergelijke vacatures werd daarom als een ontoelaatbare aantasting van de mededinging in de zin van het mededingingsrecht aangemerkt.

Gevolgen voor de persmarkt en het mededingingsrecht

De uitspraak van het Bundesgerichtshof is van groot belang voor het onderscheid tussen overheids- en particuliere informatievoorziening. Bevestigd wordt dat publieke instellingen niet rechtstreeks mogen concurreren met private mediamarktpartijen, wanneer hierdoor het evenwicht binnen de perssector zou worden verstoord. Daarmee wordt private mediabedrijven een juridische bescherming geboden die de concurrentie en de onafhankelijkheid van journalistiek werk moet veiligstellen.

Verdere aanwijzingen

Het vonnis van het Bundesgerichtshof (zaaknr. I ZR 142/23, gepubliceerd op 25 oktober 2024) verduidelijkt de vereisten voor de scheiding van overheids- en particuliere informatiebelangen en biedt richting in het spanningsveld tussen gemeentelijke voorlichting en vrije pers. Uitgevers en beheerders van gemeentelijke informatieplatforms dienen in de toekomst hun toelaatbare handelingsruimte – vooral met het oog op economische activiteiten zoals het publiceren van vacatures – nauwlettend in acht te nemen. Daarnaast dient bij soortgelijke situaties de verdere ontwikkeling van de rechtspraak te worden afgewacht.

MTR Legal Advocaten beschikt over ruime ervaring met de juridische beoordeling van marktgedrag van overheidsinstellingen en particuliere mediabedrijven. Voor verdiepende vragen over het onderscheid tussen publieke en private communicatie en over de naleving van mededingingsrechtelijke voorschriften staan wij u graag ter beschikking binnen het vakgebied Advies in het mededingingsrecht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/gratis-vacatures-in-het-regionale-portaal-en-het-staatsvrijheidsbeginsel/feed/ 0
Oud en nieuw-avond in het Kurhaus Wiesbaden nu mogelijk met externe gastronomie https://www.mtrlegal.com/nl/oud-en-nieuw-avond-in-het-kurhaus-wiesbaden-nu-mogelijk-met-externe-gastronomie/ https://www.mtrlegal.com/nl/oud-en-nieuw-avond-in-het-kurhaus-wiesbaden-nu-mogelijk-met-externe-gastronomie/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:39:24 +0000 https://www.mtrlegal.com/silvesterfeier-im-wiesbadener-kurhaus-jetzt-mit-externer-gastronomie-moeglich/ Oud en nieuw evenement in het Kurhaus Wiesbaden: Stad mag uitvoering aan een derde overdragen

Het Oberlandesgericht Frankfurt am Main heeft met een beschikking van 22 december 2023 (zaaknr.: 2 W 56/23) verduidelijkt dat de stad Wiesbaden bevoegd is om een oud en nieuw-feest in het Kurhaus, waarbij gastronomische diensten worden betrokken, door een externe organisator te laten uitvoeren. Het centrale twistpunt was of het uitbesteden van de uitvoering aan een externe onderneming verenigbaar is met de contractuele verplichtingen uit de bestaande exploitatiepachtovereenkomst.

Achtergrond van de zaak

De Kurhaus Wiesbaden GmbH is als pachter verantwoordelijk voor de exploitatie van het Kurhaus. Een particulier bedrijf, dat via een pachtovereenkomst met de stad is verbonden, maakte bezwaar tegen het geplande oud en nieuw-feest in het Kurhaus. De kritiek was met name dat de gastronomische diensten niet door de pachter zelf, maar door een onafhankelijke derde onder organisatorische verantwoordelijkheid geleverd zouden worden. De pachter beschouwde dit als een schending van het contractueel exclusiviteitsrecht met betrekking tot gastronomische diensten in het Kurhaus.

Juridisch geschil en beslissingen van de instanties

Standpunt van de verweerder

De pachtovereenkomst bevat een bepaling op grond waarvan de pachter in principe het uitsluitend recht heeft om gastronomische diensten in het Kurhaus aan te bieden. Deze bepaling wilde het particuliere bedrijf via een spoedprocedure afdwingen en de uitvoering van het oud en nieuw-evenement door een derde laten verbieden.

Beweegredenen van het Oberlandesgericht

Het OLG Frankfurt am Main volgde de argumentatie van de stad en wees het verzoek af. Volgens het hof omvat de contractuele bescherming van de pachter niet elke vorm van gastronomische activiteit door derden. Vooral bij zelfstandige evenementen, waarvan het zwaartepunt niet alleen op het gastronomisch aanbod ligt, maar op een bredere eventorganisatie met culturele en maatschappelijke elementen, behoudt de stad Wiesbaden een zekere beleidsvrijheid.

De rechtbank oordeelde dat het in casu geplande oud en nieuw-evenement als een zelfstandig evenement dient te worden beschouwd, dat door een externe organisator mag worden uitgevoerd. Het enkele feit dat tijdens zo’n feest ook gastronomische diensten worden geleverd, leidt niet automatisch tot een schending van exclusiviteitsrechten uit de pachtovereenkomst.

Gevolgen en verdere ontwikkelingen

Het Oberlandesgericht bevestigde dat de stad Wiesbaden ook in de toekomst, bij het uitbesteden van evenementen waarvan het totaalconcept verder gaat dan enkel een gastronomisch aanbod, een derde met de uitvoering kan belasten. De beschikking draagt ertoe bij de afbakening tussen klassieke pachtconstructies voor gastronomische diensten en zelfstandige eventorganisatie nader te bepalen.

Aangezien beslissingen in voorlopige voorzieningsprocedures altijd onder voorbehoud van een definitieve beslechting in de hoofdzaak staan, is de procedure uiteindelijk nog niet onherroepelijk (Bron: OLG Frankfurt am Main, beschikking van 22.12.2023, zaaknr.: 2 W 56/23).

Nadere vragen over de uitvoering van externe evenementen binnen pachtoverhoudingen

De genuanceerde afweging door het OLG Frankfurt laat zien hoe complex de juridische kwalificatie van evenementen- en gastronomiediensten binnen bestaande pachtovereenkomsten is. Ondernemingen en organisatoren doen er goed aan bij complexe contractuele situaties hun rechten en verplichtingen zorgvuldig te controleren. Voor verdere vragen over de contractuele vormgeving en handhaving van aanspraken wordt deskundig juridisch advies in contractenrecht aanbevolen, bijvoorbeeld bij gespecialiseerde kantoren zoals MTR Legal. Meer informatie: Juridisch advies in contractenrecht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/oud-en-nieuw-avond-in-het-kurhaus-wiesbaden-nu-mogelijk-met-externe-gastronomie/feed/ 0
BGH vraagt HvJ-EU om duidelijkheid over auteursrecht bij sampling en pastiche https://www.mtrlegal.com/nl/bgh-vraagt-hvj-eu-om-duidelijkheid-over-auteursrecht-bij-sampling-en-pastiche/ https://www.mtrlegal.com/nl/bgh-vraagt-hvj-eu-om-duidelijkheid-over-auteursrecht-bij-sampling-en-pastiche/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:38:59 +0000 https://www.mtrlegal.com/bgh-bittet-eugh-um-klaerung-zum-urheberrecht-bei-sampling-und-pastiche/ Achtergrond van het geschil over muziek-sampling

Het Bundesgerichtshof (BGH) heeft zich onlangs opnieuw gebogen over de vraag van auteursrechtelijke bescherming van muziekfragmenten. Centraal staat hierbij het gebruik van een geluidsfragment uit een compositie van de bekende muziekgroep Kraftwerk, dat onderwerp is geworden van artistiek hergebruik (“sampling”) door een derde. Deze situatie leidt tot een fundamenteel onderzoek naar de voorwaarden en grenzen waaronder het gebruik van elementen uit andermans werk is toegestaan.

Juridische beoordeling van het overnemen van andermans geluidsfragmenten

Kernprobleem van gebruik zonder toestemming

In de procedure komt het spanningsveld tussen de bescherming van intellectueel eigendom en artistieke vrijheid duidelijk naar voren. Vooral is van belang of een kort geluidsfragment – zoals in dit geval – onder het exclusieve recht van de auteur blijft vallen, of dat het gebruik daarvan in het kader van eigen creatieve werkzaamheden zonder uitdrukkelijke toestemming is toegestaan.

Het begrip “pastiche” in het Unierecht

Van wezenlijk belang is de interpretatie van het begrip “pastiche” in de zin van art. 5 lid 3 sub k van de Auteursrechtrichtlijn (2001/29/EG). Het begrip is tot nu toe niet eenduidig omschreven binnen de Europese Unie en roept uiteenlopende interpretatievragen op die in de praktijk van groot belang zijn. Tegen deze achtergrond heeft het BGH de procedure geschorst en het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) verschillende prejudiciële vragen gesteld over de inhoudelijke reikwijdte van de pastiche.

Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie

Het BGH vraagt in het bijzonder hoe het begrip “pastiche” in het kader van beperkingen op het auteursrecht Europees breed dient te worden uitgelegd en welke criteria voor het toegestane gebruik van fragmenten van andermans werken moeten gelden. Een verduidelijking lijkt vooral nodig omdat de interpretatie van het begrip in de lidstaten niet uniform is en het onderscheid met andere uitzonderingen op het auteursrecht – zoals citaatrecht of parodie – niet altijd scherp wordt gemaakt.

In de context van het betwiste gebruik van geluidsfragmenten zal voor betrokkenen en voor toekomstige beslissingen vooral van belang zijn welke criteria het HvJ-EU hanteert voor de afbakening van de pastiche ten opzichte van andere auteursrechtelijke beperkingen en of er specifieke voorwaarden voor artistieke nabootsing en omgang met reeds bestaande werken worden geformuleerd.

Gevolgen voor de praktijk en verdere procedure

Totdat het HvJ-EU uitspraak heeft gedaan, blijft onzeker of en in hoeverre het gebruik van andermans muziekfragmenten zonder toestemming juridisch is toegestaan. De uitkomst van de zaak zal ook voor toekomstige creatieve werken en vormen van gebruik in de muzieksector belangrijke richtpunten geven. De onschuldpresumptie en de lopende procedure dienen in acht te worden genomen; definitieve beoordelingen van de rechtspositie blijven tot een besluit open (Bron: urteile.news).

Voor bedrijven, investeerders en vermogensbezitters die met auteursrechtelijke kwesties worden geconfronteerd, is het gezien de complexe ontwikkelingen in het Europees auteursrecht raadzaam om regelmatig een gedegen toetsing van de feitelijke en juridische situatie te laten uitvoeren. MTR Legal Rechtsanwälte beschikt over uitgebreide praktijkervaring in alle gebieden van de industriële eigendom en staat klaar om deskundige ondersteuning te bieden. Voor meer informatie bezoekt u graag onze pagina over juridisch advies over auteursrecht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/bgh-vraagt-hvj-eu-om-duidelijkheid-over-auteursrecht-bij-sampling-en-pastiche/feed/ 0
Aansluitinghouder aansprakelijk bij auteursrechtenschending ondanks ontbrekende informatie https://www.mtrlegal.com/nl/aansluitinghouder-aansprakelijk-bij-auteursrechtenschending-ondanks-ontbrekende-informatie/ https://www.mtrlegal.com/nl/aansluitinghouder-aansprakelijk-bij-auteursrechtenschending-ondanks-ontbrekende-informatie/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:38:36 +0000 https://www.mtrlegal.com/anschlussinhaber-haftet-bei-urheberrechtsverstoss-trotz-fehlender-infos/ Verantwoordelijkheid van de aansluitinghouder bij auteursrechtenschendingen door derden

De toerekening van auteursrechtelijke inbreuken via een internetverbinding is regelmatig onderwerp van gerechtelijke geschillen. Een opmerkelijke zaak bij de rechtbank Stuttgart (zaaknr. 3 C 2844/20) belicht de grenzen van de secundaire stelplicht van de aansluitinghouder die aangesproken wordt vanwege een vermeende auteursrechtenschending. De rechterlijke beslissing werd op 6 januari 2021 gepubliceerd (bron: urteile.news).

Vereisten aan de toelichting van de aansluitinghouder

Omvang van de secundaire stelplicht

Wanneer de houder van een internetverbinding als dader op een verbod en/of schadevergoeding wordt aangesproken wegens een vermeende auteursrechtenschending, rust op hem een zogeheten secundaire stelplicht. Deze verplicht tot een controleerbare uiteenzetting of en welke andere personen als dader van de inbreuk in aanmerking komen. De rechtbank heeft duidelijk gemaakt dat deze plicht haar grens vindt wanneer de aansluitinghouder geen verdere, van hem redelijkerwijs te verlangen kennis heeft over de daadwerkelijke veroorzaker van de inbreuk.

Geen verplichting tot onderzoek naar oproepbare adressen

De rechtbank oordeelt dat de aansluitinghouder noch juridisch noch feitelijk verplicht is het oproepbare adres van een potentiële alternatieve dader te achterhalen als hij hierover geen kennis bezit. De rechterlijke waardering baseert zich daarbij op het principe dat de secundaire stelplicht geen onderzoeksverplichting inhoudt, maar enkel verplicht tot het meedelen van bestaande eigen kennis.

Verdeling van de bewijslast in het auteursrecht

Onverdedigbaarheid van een verdergaande medewerkingsplicht

De uitspraak benadrukt dat het in principe niet aan de aangesproken aansluitinghouder is om verdergaand onderzoek te verrichten dan enkel het benoemen van mogelijke daders, zoals het achterhalen van het actuele woonadres van mogelijk verantwoordelijke derden. Een dergelijke onderzoeksverplichting vindt geen wettelijke grondslag en zou het principe van de onschuldpresumptie op ontoelaatbare wijze ondermijnen.

Reikwijdte voor de rechtsverdediging

De huidige stand van het recht voorziet erin dat de eiser – bijvoorbeeld een rechthebbende – nog steeds moet aantonen dat de aansluitinghouder zelf als dader in aanmerking komt of aannemelijk moet maken dat de beweerde inbreukshandeling aan hem toegerekend kan worden. Alleen het ontbreken van een oproepbaar adres van betrokken derden leidt niet tot een vergrote verantwoordelijkheid voor de aansluitinghouder.

Relevantie voor procedures met meerdere potentiële daders

Komen naast de aansluitinghouder ook andere personen in aanmerking die toegang tot de internetverbinding hadden, zoals gezinsleden of huisgenoten, dan beperkt de secundaire stelplicht van de aansluitinghouder zich tot het meedelen van die omstandigheden waarvan hij kennis heeft of waarvan hij kennis redelijkerwijs kon hebben. Onbekende adressen hoeven niet achterhaald of bekendgemaakt te worden als deze de aansluitinghouder onbekend zijn.

Conclusie

De rechterlijke verduidelijking voorkomt een onevenredige belasting van de aansluitinghouder in civielrechtelijke auteursrechtgeschillen en waarborgt het noodzakelijke evenwicht tussen de belangen van rechthebbenden en de rechten van privé- of zakelijke aansluitgebruikers. In procedures met meerdere mogelijke daders is echter een precieze, op de omstandigheden afgestemde uiteenzetting aan te bevelen om risico’s te minimaliseren.

Voor verdere vragen over aansprakelijkheid rondom het gebruik van internetverbindingen of bij onzekerheid over de secundaire stelplicht in civiele procedures adviseren wij om uitgebreid juridisch advies in te winnen. Uitgebreide ondersteuning voor alle aspecten van procesvoering biedt MTR Legal Advocaten. Meer informatie vindt u op Procesvoering.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/aansluitinghouder-aansprakelijk-bij-auteursrechtenschending-ondanks-ontbrekende-informatie/feed/ 0
Opzegging bij Sky Deutschland: Vormgeving van de knop is onrechtmatig https://www.mtrlegal.com/nl/opzegging-bij-sky-deutschland-vormgeving-van-de-knop-is-onrechtmatig/ https://www.mtrlegal.com/nl/opzegging-bij-sky-deutschland-vormgeving-van-de-knop-is-onrechtmatig/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:37:57 +0000 https://www.mtrlegal.com/kuendigung-bei-sky-deutschland-gestaltung-des-buttons-ist-rechtswidrig/ Uitspraak van de rechtbank München I over de vormgeving van opzeggingsknoppen

De rechtbank München I heeft bij vonnis van 09.11.2023 (zaaknr. 12 O 4127/23) geoordeeld dat Sky Deutschland de wettelijke eisen voor het waarborgen van een eenvoudige en transparante opzeggingsprocedure niet voldoende heeft nageleefd. De uitvoering van de opzeggingsknop op het online platform van Sky werd als niet conform de vereisten van het Burgerlijk Wetboek beoordeeld.

Achtergrond van de wettelijke regeling

Ter bescherming van de belangen van consumenten bepaalt de wet in § 312k BGB dat aanbieders die het afsluiten van duurovereenkomsten via elektronische processen mogelijk maken, een duidelijk aangeduide opzeggingsmogelijkheid in de vorm van een opzeggingsknop moeten aanbieden. Doel van deze bepaling is het abonnees of gebruikers mogelijk te maken om contractuele relaties eenvoudig en direct te beëindigen.

Opzet van het opzegproces bij Sky

Vormgeving en verloop op het platform

Centraal in het geschil stond de concrete vormgeving van de Sky-website. Ondanks de aanwezigheid van een online opzeggingsknop leidde deze gebruikers niet direct via een duidelijk begrijpelijk opzeggingsproces, maar verwees hen eerst naar een voorgeschakeld aanmeldformulier. Pas na het invoeren van persoonlijke gegevens en verdere navigatiestappen kon de opzegging definitief worden verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank München I oordeelde dat deze technische en organisatorische obstakels de toegang tot het beëindigen van de overeenkomst op onredelijke wijze bemoeilijkten. Met name door de verplichting een apart formulier in te vullen werd volgens de rechtbank het beschermingsdoel van § 312k BGB ondermijnd. Consumenten worden feitelijk belemmerd in hun mogelijkheid om contracten eenvoudig te beëindigen.

Juridische implicaties van de uitspraak

Betekenis voor aanbieders van online diensten

De bindende vereisten aan een opzeggingsknop zijn door de kamer nogmaals duidelijk benadrukt. Volgens de rechtbank moet gegarandeerd worden dat het beëindigen van contracten digitaal mogelijk is zonder onnodige tussenstappen of aanvullende verplichte gegevens. Een schending van deze eisen kan worden gekwalificeerd als ontoelaatbare benadeling van gebruikers en dus als oneerlijke concurrentie.

Positie van Sky Deutschland in de procedure

Er wordt op gewezen dat tegen de uitspraak beroep mogelijk is en dat de procedure op het moment van publicatie nog niet in kracht van gewijsde is gegaan. De informatie over de feitelijke en juridische situatie wordt daarom onder voorbehoud van een definitieve rechterlijke beslissing verstrekt. Bron: LG München I, uitspraak van 09.11.2023, zaaknr. 12 O 4127/23, urteile.news.

Conclusie en advies

De beslissing onderstreept het belang van transparante digitale opzegprocessen en maakt duidelijk dat ondernemingen de betreffende wettelijke vereisten volledig moeten naleven. Voor bedrijven en platformbeheerders ontstaan hieruit essentiële verplichtingen met betrekking tot de gebruikersbegeleiding en mogelijkheden tot contractbeëindiging.

Voor bedrijven of verantwoordelijken die behoefte hebben aan actie of vragen hebben over de inrichting van digitale mechanismen voor contractbeëindiging, is het raadzaam professionele ondersteuning op het gebied van IT-recht in te schakelen. Verdere informatie en individuele ondersteuning biedt MTR Legal onder het onderdeel Juridisch advies IT-recht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/opzegging-bij-sky-deutschland-vormgeving-van-de-knop-is-onrechtmatig/feed/ 0
Begrijp de risico’s van waarschuwingen voor Instagram-geluidssporen voor bedrijven https://www.mtrlegal.com/nl/begrijp-de-risicos-van-waarschuwingen-voor-instagram-geluidssporen-voor-bedrijven/ https://www.mtrlegal.com/nl/begrijp-de-risicos-van-waarschuwingen-voor-instagram-geluidssporen-voor-bedrijven/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:37:30 +0000 https://www.mtrlegal.com/abmahnrisiken-bei-instagram-tonspuren-fuer-unternehmen-verstehen/ Toename van waarschuwingen met betrekking tot Instagram-geluidssporen

Het gebruik van muziekstukken als geluidsachtergrond in eigen Instagram-berichten is voor veel bedrijven en organisaties inmiddels een gangbaar middel om hun bereik te vergroten en het merk te communiceren. De laatste tijd nemen echter de meldingen toe dat rechthebbenden via belangenverenigingen voor naburige rechten waarschuwingen laten sturen aan bedrijfsprofielen vanwege vermeend ongeoorloofd gebruik van muziekwerken in een zakelijke context.

Achtergrond: Auteursrechtelijke vereisten en licenties

Gebruiksvoorwaarden voor de zakelijke omgeving

Op Instagram is een groot aantal muziekstukken beschikbaar via de functie ‘Muziek-sticker’. Het is echter belangrijk op te merken dat de onderliggende licentieovereenkomsten doorgaans alleen een niet-commercieel, persoonlijk gebruik van de muziekstukken toestaan. Voor commercieel gebruik – bijvoorbeeld op profielen van bedrijven of zelfstandigen die hun diensten promoten – is doorgaans een aparte licentie nodig. Zonder deze rechten kan het toevoegen van muziek aan eigen reclameberichten worden beschouwd als een inbreuk op de rechten van de makers en naburige rechthebbenden.

Juridische stappen van rechthebbenden

Recentelijk maken organisaties voor rechtenvervolging in toenemende mate aanspraken jegens bedrijven die vermoedelijk beschermde muziek in hun socialmediaprofielen hebben geïntegreerd. De waarschuwingsbrieven bevatten meestal eisen tot het afleggen van een strafbeweerd ondertekende onthoudingsverklaring, schadevergoeding en vergoeding van de gemaakte kosten voor rechtsvervolging. Het bewijs wordt vastgelegd middels opgeslagen of gearchiveerde berichten.

Bijzonderheden voor bedrijven en dienstverleners

Geen bescherming door standaardlicentie

De aanname dat het selectiemechanisme in de Instagram-app een algemene toestemming biedt voor zakelijk gebruik, is volgens de huidige inzichten meestal onjuist. De standaardlicentie dekt geen gebruik voor reclame- en marketingdoeleinden op commercieel beheerde accounts. Dit leidt tot verhoogde juridische onzekerheid voor bedrijven die muzikale inhoud zonder aparte rechten gebruiken.

Gevolgen van waarschuwingen en lopende procedures

Ontvangers van dergelijke waarschuwingen worden vaak met aanzienlijke claims geconfronteerd. In sommige gevallen verweren de betrokken gebruikers zich juridisch tegen de aanspraken. Volgens openbaar toegankelijke informatie (zie bijvoorbeeld juraforum.de, stand ten tijde van publicatie van het artikel, bron) zijn enkele procedures nog niet afgesloten; voor de betrokken partijen geldt het vermoeden van onschuld. Totdat er juridisch bindende uitspraken zijn, blijft er onzekerheid over de reikwijdte van de bestaande platformlicenties.

Preventieve overwegingen voor bedrijven in de digitale omgeving

Tegen de achtergrond van de huidige juridische situatie en het steeds strengere handhaven van rechten op platforms zoals Instagram, wordt het zorgvuldig controleren van gebruiksrechten op geïntegreerde mediacontent steeds belangrijker. Van bedrijven en organisaties wordt verwacht dat zij zich continu op de hoogte houden van relevante juridische ontwikkelingen en hiervoor de juiste en juridisch veilige structuren voor hun socialmedia-activiteiten opzetten.

Wie met vergelijkbare kwesties of waarschuwingen wordt geconfronteerd, of onzekerheid heeft over het omgaan met auteursrechtelijk beschermde inhoud, dient bij complexe vragen ter bescherming van de eigen belangen te overwegen gekwalificeerde juridische bijstand in te schakelen. Uitgebreide informatie en ondersteuning op het gebied van bescherming van muziek- en mediacontent bieden wij via deze link naar de juridische adviesdienst voor IE-recht bij MTR Legal Rechtsanwälte.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/begrijp-de-risicos-van-waarschuwingen-voor-instagram-geluidssporen-voor-bedrijven/feed/ 0
Kansen en mogelijkheden van eigenbeheer bij insolventieprocedures https://www.mtrlegal.com/nl/kansen-en-mogelijkheden-van-eigenbeheer-bij-insolventieprocedures/ https://www.mtrlegal.com/nl/kansen-en-mogelijkheden-van-eigenbeheer-bij-insolventieprocedures/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:37:05 +0000 https://www.mtrlegal.com/chancen-und-moeglichkeiten-der-eigenverwaltung-bei-insolvenzprozessen/ Eigenbeheer als strategische optie in het insolventieproces

Eigenbeheer is een bijzondere vorm van insolventieprocedure waarbij de schuldenaar de mogelijkheid behoudt om het bedrijf tijdens het lopende insolventieproces zelf te blijven leiden. In tegenstelling tot het klassieke standaardinsolventieproces, waarbij doorgaans een curator met uitgebreide rechten en plichten wordt aangesteld, blijft bij eigenbeheer de leiding van het bedrijf verantwoordelijk voor de besluitvorming. Hierdoor ontstaat er vooral voor ondernemingen ruimte om reorganisatiemaatregelen zelfstandig te sturen.

Wettelijke basis en toelatingseisen

De mogelijkheid tot eigenbeheer is gebaseerd op de bepalingen van de Insolvenzordnung (InsO). Volgens § 270 InsO kan de insolventierechtbank eigenbeheer toestaan, mits er geen omstandigheden zijn die de belangen van de schuldeisers in gevaar kunnen brengen. De rechtbank blijft daarbij verplicht om de voorwaarden en potentiële risico’s zorgvuldig in het specifieke geval te beoordelen.

Het instellen van eigenbeheer vereist doorgaans een verzoek van de schuldenaar. De rechtbank kan aan dit verzoek voldoen, zolang verwacht mag worden dat het bedrijf ordentelijk blijft functioneren en er geen concrete aanwijzingen zijn voor misbruik of gevaar voor de belangen van schuldeisers.

Voordelen van eigenbeheer ten opzichte van de reguliere insolventieprocedure

Behoud van de ondernemingsbesluitvorming

Een centraal kenmerk van eigenbeheer is het aanblijven van de leiding door het zittende management. Zo blijft de in het bedrijf aanwezige kennis tijdens de crisis beschikbaar en wordt de slagvaardigheid behouden. De bedrijfsleiding kan operationele en strategische maatregelen afstemmen op het dynamische verloop van de procedure, zonder afhankelijk te zijn van de toestemming van een externe curator.

Mogelijkheden tot actieve herstructurering

Eigenbeheer bevordert duurzame herstructureringsstrategieën. Binnen de procedure kan de onderneming bijvoorbeeld bestaande rechtsbetrekkingen aanpassen en samen met een toezichthouder een insolventieplan opstellen dat aansluit bij de bedrijfsbelangen. De schuldeisersvergadering blijft daarbij een centrale rol spelen en waarborgt de rechten van de schuldeisers.

Vergroting van de kans op succesvolle sanering

In combinatie met het speciale beschermingsregime op basis van § 270b InsO vergroot eigenbeheer de kans op een succesvolle bedrijfsherstructurering. Door het behouden van bestaande bedrijfsstructuren worden de positieve effecten van insolventie — zoals de mogelijkheid tot aanpassing van langlopende verplichtingen — gecombineerd met de voordelen van eigen verantwoordelijkheid. Een transparante dialoog met schuldeisers en zakenpartners kan bovendien het vertrouwen in het bedrijf versterken.

Versterking van de zekerheden voor schuldeisers door de toezichthouder

Hoewel de bedrijfsleiding bij eigenbeheer haar bevoegdheden behoudt, staat zij onder toezicht van een door de rechtbank aangestelde toezichthouder. Deze toezichthouder waarborgt de naleving van wettelijke vereisten en beschermt de belangen van alle schuldeisers. De verantwoordelijkheid voor de procedure blijft weliswaar bij de schuldenaar, maar de externe controle biedt extra zekerheid voor de belangen van de schuldeisers.

Afweging van eigenbeheer in het kader van insolventie

De keuze voor eigenbeheer in de insolventieprocedure vraagt om een zorgvuldige afweging van de specifieke situatie van de onderneming. De behouden zelfstandigheid van het management biedt brede mogelijkheden, waarvan de invulling echter door uiteenlopende juridische en economische factoren wordt bepaald. Vooral in de bedrijfscontext vormt eigenbeheer een instrument met veel aanpassingsmogelijkheden, waarbij de balans tussen continuïteit, sanering en bescherming van schuldeisers centraal staat.

Voor verdere informatie over eigenbeheer en de gevolgen ervan — met name bij specifieke ondernemingsrechtelijke of sectorspecifieke eisen — is het raadzaam deskundige begeleiding in te schakelen. Individueel juridisch advies op het gebied van insolventierecht door MTR Legal kan helpen om de opties en kaders systematisch te verkennen en grondig te beoordelen. Nadere informatie hierover vindt u onder Juridisch advies in insolventierecht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/kansen-en-mogelijkheden-van-eigenbeheer-bij-insolventieprocedures/feed/ 0
Aanspraak van de grondeigenaar op onderhoud verjaart niet bij plichtsverzuim https://www.mtrlegal.com/nl/aanspraak-van-de-grondeigenaar-op-onderhoud-verjaart-niet-bij-plichtsverzuim/ https://www.mtrlegal.com/nl/aanspraak-van-de-grondeigenaar-op-onderhoud-verjaart-niet-bij-plichtsverzuim/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:36:34 +0000 https://www.mtrlegal.com/anspruch-des-grundstueckseigentuemers-auf-instandhaltung-verjaehrt-nicht-bei-pflichtverstoss/ Voortbestaan van de onderhoudsplicht van de erfpachter

In het kader van het voortdurende gebruik van percelen binnen erfpachtverhoudingen neemt de vraag naar de onderhoudsplicht een centrale plaats in. Volgens de recente uitspraak van het Bundesgerichtshof (BGH) van 31 januari 2024 (zaaknr. V ZR 21/24) is vastgesteld dat de aanspraak van de grondeigenaar op de correcte instandhouding van het gebouw tegen de erfpachter niet aan een verjaring onderhevig is.

Continuïteit van de verplichting

Het kernpunt van het vonnis is dat de verplichting tot herstel en onderhoud als een voortdurende nevenverplichting binnen het erfpachtrecht geldt. Het is erop gericht gedurende de hele looptijd van de erfpacht een ordentelijk gebruik van het perceel te waarborgen. Een schending van deze voortdurende plicht door de erfpachter leidt niet tot het ontstaan van een afzonderlijk, zelfstandig verjarende aanspraak, maar tot een permanente, steeds terugkerende aanspraak van de grondeigenaar op nakoming van de onderhoudsverplichtingen.

Geen verjaring van afzonderlijke nakomingsvorderingen

Onderscheiding van schadevergoedingsvorderingen

De Bundesgerichtshof heeft duidelijk gemaakt dat alleen vorderingen die gericht zijn op schadevergoeding wegens plichtsverzuim van de erfpachter onder de normale verjaring vallen. Vorderingen die echter primair betrekking hebben op nakoming van de onderhoudsplicht, zijn van voortdurende aard en onttrekken zich daarmee aan een zelfstandige verjaring. Een eigenaar kan dus ook tijdens de lopende erfpacht uitvoering van uitstaande onderhoudsmaatregelen afdwingen, zonder dat een beroep kan worden gedaan op verjaring.

Gevolgen voor contractopstelling

In het kader van erfpachtovereenkomsten krijgt deze uitspraak bijzondere betekenis. Partijen dienen bij het opstellen van relevante clausules rekening te houden met het blijvende karakter van de onderhoudsplicht. Daarbij dient men te beseffen dat de erfpachter zelfs na lange tijd na het sluiten van de overeenkomst verplicht blijft tot maatregelen om een contractueel en ordentelijk toestand van het gebouw te waarborgen.

Praktische gevolgen voor eigenaren en erfpachters

Bestendigheid van de onderhoudsplicht

De vaststelling van de rechter maakt duidelijk dat de grondeigenaar geen tijdsdruk hoeft te vrezen bij het doen gelden van onderhoudsmaatregelen. Reeds ontstane schades of nagelaten maatregelen leiden niet tot een aanspraak die aan een korte termijn is gebonden. Integendeel, de erfpachter blijft gedurende de hele contractduur verplicht tot het nakomen van alle onderhoudsverplichtingen.

Voor lopende of toekomstige erfpachtverhoudingen betekent dit dat er meer nadruk komt te liggen op de voortdurende nakoming van de contractueel overeengekomen onderhoudsverplichtingen – zowel in het belang van een goed functionerend gebruiksconcept als ter waarborging van de waardevastheid van het perceel en het opgerichte gebouw.


Voor bedrijven, investeerders en vermogende particulieren die vragen hebben over onderhoudsverplichtingen en de handhaving ervan binnen het erfpachtrecht, is individuele juridische begeleiding aan te raden. Via onze pagina voor juridisch advies inzake vastgoedrecht staan de contactpersonen van MTR Legal Rechtsanwälte tot uw beschikking.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/aanspraak-van-de-grondeigenaar-op-onderhoud-verjaart-niet-bij-plichtsverzuim/feed/ 0
Dossierinzicht in krappe kelderruimte bemoeilijkt tijdens coronapandemie https://www.mtrlegal.com/nl/dossierinzicht-in-krappe-kelderruimte-bemoeilijkt-tijdens-coronapandemie/ https://www.mtrlegal.com/nl/dossierinzicht-in-krappe-kelderruimte-bemoeilijkt-tijdens-coronapandemie/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:36:11 +0000 https://www.mtrlegal.com/akteneinsicht-in-engem-kellerraum-waehrend-corona-pandemie-erschwert/ Uitdagingen bij het dossierinzicht onder pandemieomstandigheden

Het waarborgen van dossierinzicht is een fundamenteel procedureel recht dat alle procespartijen toekomt ter voorbereiding op het instellen of voeren van een rechtszaak. Tijdens de COVID-19-pandemie ontstaan echter bijzondere uitdagingen bij de praktische uitvoering van dossierinzicht ter plaatse. Dit blijkt uit een beslissing van het Oberlandesgericht (OLG) Frankfurt am Main (Zaaknr.: 21 W 137/20), die ingaat op de redelijkheid van dossierinzicht in een krappe kelderruimte tijdens de pandemie.

Kadervoorwaarden voor dossierinzicht

Ruimtelijke situatie

In de onderliggende procedure kreeg een partij uitsluitend dossierinzicht in een ongeveer 13 vierkante meter grote kelderruimte. Verdere alternatieven, zoals toezending van het dossier of het beschikbaar stellen van digitale kopieën, werden niet aangeboden. De ruimtelijke omstandigheden boden slechts beperkte mogelijkheden om aan de vereiste afstandsregels volgens de geldende pandemiebeschermingsmaatregelen te voldoen.

Hygiënevoorschriften en gezondheidsbescherming

Tegelijkertijd stonden de op het moment van de beslissing geldende voorschriften ter bescherming tegen infecties op de voorgrond. Het Oberlandesgericht onderzocht in hoeverre de verplichting tot verlenen van dossierinzicht verenigbaar is met de eisen rond gezondheidsbescherming. Volgens het gerecht boden de grootte en ligging van de kelderruimte onvoldoende bescherming om het infectierisico te minimaliseren.

Beoordeling door het OLG Frankfurt am Main

Het Oberlandesgericht stelde duidelijk dat de verplichting tot het bieden van dossierinzicht niet kan worden opgeschort. Toch moet het dossierinzicht onder redelijke omstandigheden plaatsvinden. Een blijvende verwijzing naar krappe en slecht geventileerde ruimtes zonder rekening te houden met pandemiegerelateerde gezondheidsbelangen is niet toelaatbaar. In het bijzonder moet in het licht van de noodzakelijke beschermingsmaatregelen de wijze van dossierinzicht worden aangepast.

Het gerecht benadrukte dat het realiseren van effectieve rechtsbescherming altijd moet worden beoordeeld met inachtneming van de proportionaliteit en de zorg voor de gezondheid van de betrokkenen. De strikte gebondenheid aan de feitelijke omstandigheden van onderhandelings- en dossierinzichtlocaties moet in het uitzonderingsgeval van een pandemie aan een bijzonder zorgvuldige afweging worden onderworpen.

Gevolgen voor de procespartijen

De rechterlijke beslissing maakt duidelijk dat louter het toegankelijk maken van het dossier onder onredelijke ruimtelijke omstandigheden niet voldoende is. Met name wanneer aan algemene pandemievoorschriften door de ruimtelijke situatie niet kan worden voldaan, wordt het recht op dossierinzicht beperkt. De procespartijen behouden in zulke situaties het recht om te dringen op alternatieve wijzen van dossierinzicht.

Vooruitblik en juridische relevantie

De beslissing van het OLG Frankfurt am Main onderstreept het belang van een gepaste omgang met de verplichting tot dossierinzicht in uitzonderingssituaties. Het waarborgen van de gezondheidsbescherming vormt daarbij een essentieel onderdeel om de procedurele rechten en de toegang tot de rechtbank te behouden, zonder de gerechtvaardigde belangen van de betrokkenen te verwaarlozen (Beschluss van 19.11.2020, Zaaknr.: 21 W 137/20).

Voor ondernemingen, investeerders en vermogende particulieren die bij handelsgeschillen of vennootschapsrechtelijke conflicten met vergelijkbare uitdagingen rond dossierinzicht worden geconfronteerd, kunnen zich uiteenlopende vragen voordoen over de correcte inrichting van de procedure. Indien meer informatie gewenst is, kan ons kantoor in het kader van individueel juridisch advies op het gebied van handelsrecht geschikte aanknopingspunten bieden voor een oplossingsgerichte beoordeling.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/dossierinzicht-in-krappe-kelderruimte-bemoeilijkt-tijdens-coronapandemie/feed/ 0
Rechtbank Düsseldorf beslist: Geen aansprakelijkheid van voormalige Messe-bestuurders voor verliezen https://www.mtrlegal.com/nl/rechtbank-duesseldorf-beslist-geen-aansprakelijkheid-van-voormalige-messe-bestuurders-voor-verliezen/ https://www.mtrlegal.com/nl/rechtbank-duesseldorf-beslist-geen-aansprakelijkheid-van-voormalige-messe-bestuurders-voor-verliezen/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:35:49 +0000 https://www.mtrlegal.com/lg-duesseldorf-entscheidet-keine-haftung-ehemaliger-messe-geschaeftsfuehrer-fuer-verluste/ Geen aansprakelijkheid van voormalige bestuurders voor verliezen van Messe Düsseldorf – Uitspraak van de rechtbank Düsseldorf

De rechtbank Düsseldorf heeft met haar uitspraak van 27 mei 2005 vastgesteld dat voormalige bestuurders van Messe Düsseldorf niet persoonlijk aansprakelijk zijn voor verliezen van de vennootschap die zijn ontstaan in het betreffende boekjaar. De vordering tegen de voormalige bestuursleden werd daarmee afgewezen (zaaknr.: 39 O 73/04).

Achtergrond van de procedure

De uitspraak was gebaseerd op een vordering van Messe Düsseldorf als vennootschap tegen haar voormalige bestuurders. De vennootschap vorderde schadevergoeding van aanzienlijke omvang, die verband hield met boekhoudkundige verliezen uit de betreffende periode. Volgens de vennootschap hadden de voormalige bestuurders hun verplichtingen als bestuurslid verzaakt en daardoor financiële schade veroorzaakt.

Toetsing van de bestuurdersaansprakelijkheid

Centraal stond de vraag of in dit geval aansprakelijkheid van de voormalige bestuurders op grond van § 43 lid 2 GmbHG moest worden aangenomen. De rechtbank onderzocht de zorgplicht van een bestuurder, onder andere met het oog op controle- en toezichtsplichten en de noodzaak van passende maatregelen ter voorkoming van vermogensschade voor de vennootschap. Tot de taken van een bestuurder behoort het leiden van de onderneming volgens de principes van behoorlijk bestuur en het beschermen van het vermogen van de vennootschap.

Uitspraak van de rechtbank Düsseldorf

De rechtbank zag geen schending van de plichten door de voormalige bestuurders. Niet is aangetoond dat zij hun zorgplicht met betrekking tot de ondernemingsverliezen in de jaarrekening hebben geschonden of noodzakelijke maatregelen hebben nagelaten. Volgens de rechtbank werd het handelen van de bestuursleden gedekt door een ondernemingsvrijheid (de zogenaamd ‘Business Judgment Rule’). Bovendien waren er volgens de rechtbank geen concrete aanwijzingen die aanleiding zouden geven tot persoonlijke aansprakelijkheid. De vordering werd daarom afgewezen.

Betekenis van het vonnis voor bestuursleden van kapitaalvennootschappen

De uitspraak onderstreept dat niet elke economische tegenslag of boekhoudkundig verlies automatisch tot aansprakelijkheid van de leiding leidt. Voorwaarde blijft steeds dat een plichtsverzuim kan worden vastgesteld en daaruit een concreet aantoonbare schade volgt. Rechtbanken nemen daarbij doorgaans een genuanceerde beoordeling van de feitelijke omstandigheden en de zorgplichten voor hun rekening.

Voor vennootschappen en bestuursleden is het aan te raden om interne structuren en besluitvormingsprocessen voortdurend te evalueren en te documenteren binnen de wettelijke kaders, om zodoende doelgericht mogelijke aansprakelijkheidsrisico’s tegen te gaan.

Voor verdere juridische vragen over bestuurdersaansprakelijkheid en verantwoordelijkheden binnen het vennootschapsrecht staat het team van MTR Legal u graag ter beschikking. Meer informatie vindt u onder Juridisch advies ondernemingsrecht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/rechtbank-duesseldorf-beslist-geen-aansprakelijkheid-van-voormalige-messe-bestuurders-voor-verliezen/feed/ 0
Aanspraak minderjarig kind op onbeperkt alimentatietitel https://www.mtrlegal.com/nl/aanspraak-minderjarig-kind-op-onbeperkt-alimentatietitel/ https://www.mtrlegal.com/nl/aanspraak-minderjarig-kind-op-onbeperkt-alimentatietitel/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:35:33 +0000 https://www.mtrlegal.com/anspruch-minderjaehriges-kind-auf-unbefristeten-unterhaltstitel/ Aanspraak van minderjarige kinderen op een onbeperkt alimentatietitel

Volgens een actuele beslissing van het Oberlandesgericht Bamberg (zaaknr.: 2 UF 14/18) hebben minderjarige kinderen een blijvend recht dat de onderhoudsplichtige ouder een onbeperkte alimentatietitel afgeeft. Daarmee werd het belang van een onbeperkte titel voor de waarborging van alimentatiebetalingen aan minderjarigen versterkt.

Achtergrond van de procedure

In de onderliggende zaak verzocht de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarig kind om afgifte van een in de tijd onbeperkte alimentatietitel tegen de alimentatieplichtige ouder. De betreffende ouder had al ingestemd met een gedynamiseerde alimentatie, maar alleen voor bepaalde tijd, met het argument dat de titel slechts tot de meerderjarigheid van het kind zou moeten gelden. De andere partij voerde echter aan dat er een aanhoudend, rechtens te beschermen belang bestaat bij een onbeperkte titel.

Uitspraak van het Oberlandesgericht

Het OLG Bamberg wees het verzoek van het kind toe en erkende uitdrukkelijk het recht op een onbeperkte titel. De rechtbank maakte duidelijk dat een beperking tot het vermoedelijk bereiken van de 18e verjaardag niet aan de wettelijke eisen voldoet. Een alimentatietitel dient ertoe toekomstige aanspraken veilig te stellen, ook als het niet precies te voorzien is of de alimentatieplichtige na het bereiken van de meerderjarigheid verder moet bijdragen.

Een beperkte titel kan alleen in uitzonderlijke gevallen gerechtvaardigd zijn, namelijk wanneer de onderhoudsaanspraak bij het bereiken van de meerderjarigheid duidelijk vervalt. Dit is echter alleen bij bijzondere omstandigheden aan te nemen, die in het voorliggende geval niet aanwezig waren.

Motivering van de blijvende aanspraak

Het OLG Bamberg motiveerde dat de bescherming van het minderjarige, bijzonder onderhoudsbehoeftige kind voorop staat. Een beperkte alimentatietitel brengt voor het kind het risico met zich mee dat het na afloop aangewezen is op het afdwingen van een nieuwe titel, wat gepaard gaat met aanzienlijke juridische en feitelijke onzekerheden. In het belang van een betrouwbare waarborging van alimentatieaanspraken voldoet daarom alleen een onbeperkte titel aan het welzijn van het kind.

De rechtbank benadrukte bovendien dat de schuldenaar daardoor geen nadeel ondervindt, omdat een latere aanpassing of opheffing van de titel via een wijzigingsprocedure ook daarna mogelijk blijft, bijvoorbeeld bij een wezenlijke wijziging van feitelijke of juridische omstandigheden.

Betekenis voor de praktijk

Het vonnis onderstreept het belang van onbeperkte alimentatietitels bij minderjarige kinderen voor de blijvende waarborging van alimentatieaanspraken en stelt hoge eisen aan de toelaatbaarheid van beperkte titels bij kinderalimentatie. De uitspraak kan gevolgen hebben voor vergelijkbare gevallen en legt een duidelijk accent op de bescherming van minderjarige alimentatiegerechtigden.

Voor alle rechtsvragen rond alimentatieaanspraken, vooral met het oog op de beperkte of onbeperkte duur van alimentatietitels, alsmede ter zekerheid van familierechtelijke posities, wordt een individuele en deskundige juridische toetsing aanbevolen. Verdere informatie en de mogelijkheid tot individueel juridisch advies op het gebied van familierecht vindt u onder Juridisch advies familierecht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/aanspraak-minderjarig-kind-op-onbeperkt-alimentatietitel/feed/ 0
Aanvechten van de erfenis wegens vergissing over nalatenschapsschulden mogelijk https://www.mtrlegal.com/nl/aanvechten-van-de-erfenis-wegens-vergissing-over-nalatenschapsschulden-mogelijk/ https://www.mtrlegal.com/nl/aanvechten-van-de-erfenis-wegens-vergissing-over-nalatenschapsschulden-mogelijk/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:35:08 +0000 https://www.mtrlegal.com/anfechtung-der-erbschaft-bei-irrtum-ueber-nachlassverschuldung-moeglich-2/ Het aanvaarden van een erfenis is in principe bindend, maar kan onder bepaalde omstandigheden achteraf worden aangevochten. De rechtbank van Frankenthal (Pfalz) heeft in een civiele procedure op 1 april 2025 (zaaknr. 8 O 189/24) duidelijk gemaakt dat een vergissing over de daadwerkelijke schulden van de nalatenschap – met name over de verplichting tot het dragen van de begrafeniskosten – als reden kan dienen om de aanvaarding van de erfenis aan te vechten.

Vergissing over de omvang van de nalatenschapsschulden

Kernoverwegingen van de rechtbank

In de casus ging de erfgename ervan uit dat zij niet verplicht was tot het dragen van de begrafeniskosten en dat er verder geen schulden uit de erfenis op haar zouden overgaan. Na aanvaarding van de erfenis bleek echter dat zij als erfgename juridisch moest instaan voor de kosten van de begrafenis. De rechtbank onderzocht of deze vergissing zodanig wezenlijk was dat de aanvaardingsverklaring op grond van de relevante bepalingen van het BGB wegens dwaling kon worden aangevochten.

Volgens de kamer is er bij een vergissing over de samenstelling van de nalatenschapsschulden in principe sprake van een relevante inhoudelijke vergissing, die het aanvechten van de verklaring mogelijk maakt. Dit betreft met name de situatie waarin met de nalatenschap niet alleen vermogen, maar ook doorlopende verplichtingen – in het bijzonder uit de begrafenisplicht – op de erfgenaam overgaan.

Relevantie van kennis over het bestaan van schulden

Het blijft van belang dat het recht op aanvechten niet al ontstaat wanneer de erfgenaam algemene onzekerheden heeft over de omvang van de nalatenschap. De vergissing moet juist betrekking hebben op een concrete en wezenlijke schuld waarvan het bestaan, naar het oordeel van de rechtbank, doorslaggevend was voor de besluitvorming bij de aanvaarding van de erfenis. In dit geval had de vergissing over de verplichting tot het dragen van de begrafeniskosten voldoende invloed op het besluit van de erfgename.

Gevolgen van het aanvechten van de aanvaardingsverklaring van de erfenis

Juridische gevolgen voor de betrokkenen

Een succesvolle aanvechting van de aanvaardingsverklaring zorgt ervoor dat de verkrijging van de erfenis met terugwerkende kracht komt te vervallen. Vorderingen tegen de vermeende erfgenaam uit de nalatenschap – zoals bijvoorbeeld de terugbetaling van reeds betaalde begrafeniskosten – bestaan niet meer, mits de aanvechting rechtsgeldig is verklaard. De beslissing van de rechtbank Frankenthal onderstreept dat ook derden – zoals begrafenisondernemingen – hiervan geraakt kunnen worden.

Terugwerkende aanpassing van de rechtspositie

Bij erkenning van het recht om aan te vechten wordt de overledene behandeld alsof de erfenis nooit was aanvaard. De terugdraaien heeft ook betrekking op reeds verrichte prestaties, voor zover deze uitsluitend gebaseerd waren op de hoedanigheid van erfgenaam.

Belang voor de afwikkeling van de nalatenschap

De beslissing van de rechtbank onderstreept het belang van een zorgvuldige controle en inschatting van de nalatenschapsschulden voorafgaand aan de aanvaarding. De gevolgen van een latere vergissing kunnen aanzienlijk zijn en tot verstrekkende juridische consequenties leiden.

Voor personen die met vragen rond erfenissen, nalatenschapsaansprakelijkheid of nalatenschapsschulden worden geconfronteerd, is het raadzaam om alle aspecten van de nalatenschapsafwikkeling te laten controleren. Verdere informatie en individueel juridisch advies op het gebied van erfrecht biedt MTR Legal Rechtsanwälte onder de volgende link: Juridisch advies erfrecht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/aanvechten-van-de-erfenis-wegens-vergissing-over-nalatenschapsschulden-mogelijk/feed/ 0
Toezichthouder onderzoekt Schufa vanwege gebrekkige score-informatie https://www.mtrlegal.com/nl/toezichthouder-onderzoekt-schufa-vanwege-gebrekkige-score-informatie/ https://www.mtrlegal.com/nl/toezichthouder-onderzoekt-schufa-vanwege-gebrekkige-score-informatie/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:34:39 +0000 https://www.mtrlegal.com/aufsichtsbehoerde-prueft-schufa-wegen-mangelhafter-score-auskunft/ Beslissing van de rechtbank Wiesbaden over het toezichtrechtelijk optreden tegen de Schufa

De bestuursrechtspraak heeft zich tot nu toe herhaaldelijk moeten bezighouden met de omvang van de informatieplicht van kredietbureaus tegenover betrokkenen. Recent heeft de rechtbank Wiesbaden zich in haar beslissing van 29 december 2023 (zaaknr. 6 K 788/20.WI) beziggehouden met de vraag in hoeverre het gegevensbeschermingsrecht toestaat dat de Schufa Holding AG bij het verstrekken van score-informatie wel aangeeft welke factoren voor de berekening zijn gebruikt, maar de exacte wegingen niet bekendmaakt.

Achtergrond van de procedure

Aanleiding voor de procedure was het optreden van de gegevensbeschermingsautoriteit, die bezwaar maakte tegen de wijze waarop de Schufa aan betrokkenen informatie verstrekte. Volgens de autoriteit werden de rechten op informatie volgens art. 15 AVG niet voldoende gewaarborgd. De autoriteit klaagde er met name over dat de mededelingen van de Schufa over de scorewaarden de onderliggende berekeningsgrondslagen slechts in algemene vorm uiteenzetten, zodat betrokkenen de individuele besluitvorming niet konden nachvollgen.

Verplichtingen voor de verwerker volgens de AVG

Omvang van de informatieplicht

De procedure draaide in hoofdzaak om de juiste omvang van de informatieplicht op grond van art. 15 lid 1 en lid 2 AVG. Volgens deze bepaling hebben betrokkenen recht op volledige informatie over de verwerkte persoonsgegevens, inclusief “relevante informatie over de onderliggende logica” van geautomatiseerde besluitvorming.

Openbaarmaking van de weegfactoren

Schufa gaf bij het verstrekken van score-informatie aan betrokkenen aan welke typen gegevens waren meegenomen bij het bepalen van hun score en lichtte de algemene berekeningsfactoren toe. De exacte weging van afzonderlijke gegevenspunten werd echter – met een beroep op bedrijfsgeheimen – niet genoemd. De gegevensbeschermingsautoriteit eiste daarnaast dat ook deze informatie concreet zou worden meegedeeld.

Beoordeling van de bestuursrechter

Afweging tussen het transparantiebeginsel en de bescherming van bedrijfsgeheimen

De rechtbank Wiesbaden kwam tot het oordeel dat de door Schufa gekozen werkwijze in principe voldoet aan de eisen van het gegevensbeschermingsrecht. Met name stelde de rechtbank vast dat het doel van transparantie kan worden bereikt door het meedelen van relevante gegevenssoorten en algemene werkwijzen, zonder het gerechtvaardigde belang van het bedrijf bij de bescherming van haar bedrijfsgeheimen onevenredig te beperken.

Geen verdergaand recht op informatie over details van de weging

De rechtbank zag als resultaat geen verplichting om verdergaande, gedetailleerde inzage te geven in de afzonderlijke weegfactoren of wiskundige modellen, naast de reeds verstrekte informatie. Hierdoor zou de concurrentiekracht van het kredietbureau worden beperkt, zonder dat de informatie voor de betrokkene wezenlijk wordt vergroot.

Betekenis voor betrokken ondernemingen en verantwoordelijken

De beslissing van de rechtbank Wiesbaden is van groot belang voor de omgang van kredietbureaus en andere gegevensverwerkende instanties met informatieverzoeken volgens de AVG. De motivering van het vonnis onderstreept dat de bescherming van bedrijfsgeheimen bij de vormgeving van informatieplichten ook in de toekomst wordt meegenomen. Toch moeten betrokken bedrijven ervoor zorgen dat zij relevante informatie over de werking van hun geautomatiseerde besluitvormingsprocessen verstrekken.

Er dient rekening mee te worden gehouden dat momenteel rechtsmiddelen mogelijk zijn tegen deze beslissing (stand van zaken volgens VG Wiesbaden, 6 K 788/20.WI), zodat de rechtspositie nog onderwerp kan zijn van verdere gerechtelijke duidelijkheid. De onschuldveronderstelling geldt daarom ten aanzien van alle betrokkenen.

Discussiebehoefte en juridische duiding

Voor verantwoordelijke ondernemingen blijft er op basis van deze uitspraak een zekere speelruimte hoe zij de verplichtingen uit art. 15 AVG met betrekking tot geautomatiseerde besluitvorming nakomen. Toch blijft de concrete uitwerking een complex en dynamisch rechtsgebied, dat juist in het licht van verdere rechterlijke uitspraken voortdurend moet worden geëvalueerd.

Wie gezien de complexiteit van het gegevensbeschermingsrecht een gedegen analyse van zijn processen in verband met informatie- en inzagerechten onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming wenst, vindt aanvullende informatie en individueel juridisch advies op het gebied van privacy bij MTR Legal.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/toezichthouder-onderzoekt-schufa-vanwege-gebrekkige-score-informatie/feed/ 0
Toelaatbaarheid van jaarlijkse vergoedingen bij Riester-bouwspaarcontracten getoetst https://www.mtrlegal.com/nl/toelaatbaarheid-van-jaarlijkse-vergoedingen-bij-riester-bouwspaarcontracten-getoetst/ https://www.mtrlegal.com/nl/toelaatbaarheid-van-jaarlijkse-vergoedingen-bij-riester-bouwspaarcontracten-getoetst/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:34:05 +0000 https://www.mtrlegal.com/zulaessigkeit-von-jahresentgelten-bei-riester-bausparvertraegen-geprueft/ Beslissing van het OLG Frankfurt am Main over de toelaatbaarheid van jaarlijkse vergoedingen bij Riester-bouwspaarcontracten

Het Oberlandesgericht Frankfurt am Main moest zich in procedure 17 U 190/23 buigen over de centrale vraag of jaarlijkse vergoedingen die bij Riester-bouwspaarcontracten worden geheven, aan de geldende wettelijke eisen voldoen. Hierbij stond de door een consumentenorganisatie bekritiseerde praktijk ter discussie, jaarlijks een vergoeding in rekening te brengen in verband met een Riester-bouwspaarcontract. De eisende consumentenbeschermingsorganisatie voerde aan dat een dergelijke vergoeding in strijd zou zijn met de relevante voorschriften, met name vanwege de voor Riester-producten geldende subsidieregels.

Feiten en procesverloop

In het onderhavige geval had de aanbieder van een Riester-bouwspaarcontract in zijn algemene voorwaarden een jaarlijkse vergoeding opgenomen. Deze clausule was voor de eiseres aanleiding om middels een vordering tot staking tegen het kredietinstituut op te treden. Eerder had de rechtbank in eerste aanleg al een beoordeling gemaakt, die in hoger beroep door het OLG opnieuw werd getoetst.

Beoordeling door het OLG Frankfurt am Main

Het OLG Frankfurt am Main wees het hoger beroep van de consumentenorganisatie af en bevestigde – anders dan het standpunt van de eisende partij – de toelaatbaarheid van de jaarlijkse vergoeding ook bij Riester-bouwspaarcontracten. In de motivering van het vonnis stelde de rechtbank vast dat het heffen van een doorlopende jaarlijkse vergoeding niet in strijd is met de relevante civielrechtelijke en toezichtsrechtelijke bepalingen. Volgens de rechters maakt de jaarlijkse vergoeding deel uit van de hoofdprestatie van de overeenkomst en is om deze reden grotendeels uitgezonderd van een inhoudelijke toetsing volgens § 307 BGB.

Rechtsgrondslagen en afbakening

Voornaamste argument van het hof was de kwalificatie van de jaarlijkse vergoeding als vergoeding voor het centrale beheer en de contractadministratie in het kader van het Riester-bouwspaarcontract. Verder werd verduidelijkt dat uit de bepalingen van de Wet op de certificering van oudedagsvoorzieningsovereenkomsten (AltZertG) en de Uitvoeringsverordening van die wet (AltZertG-DV) geen expliciet verbod volgt op doorlopende beheervergoedingen. In zoverre benadrukte de rechtbank dat de wetgever in het kader van de subsidieregeling geen uitputtende bepaling heeft getroffen tot uitsluiting van beheersvergoedingen en dat de contractsvrijheid in principe – ook bij door de staat gesubsidieerde producten – van kracht blijft.

Concrete maatstaven voor de inhoudelijke toetsing

Het OLG legde bijzondere nadruk op de eisen ten aanzien van de transparantie van de gebruikte bepalingen. Volgens de rechtbank werd de jaarlijkse vergoeding in de voorwaarden van het bouwspaarproduct voldoende duidelijk en begrijpelijk weergegeven. Een onredelijk nadeel voor de contractspartijen kon volgens de rechters niet worden vastgesteld. De hoogte en regelmaat van de in rekening gebrachte vergoeding waren voor beide contractspartijen transparant en bevatten geen misbruikmakende elementen.

Betekenis van de beslissing en verder verloop van de procedure

De beslissing van het OLG Frankfurt am Main is niet onherroepelijk. Het blijft afwachten of de zaak zal worden voorgelegd aan het Bundesgerichtshof. Tot aan een definitieve uitspraak van het hoogste gerechtshof blijft er ten aanzien van vergelijkbare bepalingen in Riester-bouwspaarcontracten rechtsonzekerheid bestaan. (Bron: OLG Frankfurt am Main, uitspraak van 2 augustus 2023 – 17 U 190/23)

Juridische duiding en vooruitblik

De onderhavige uitspraak onderstreept de inhoudelijke en methodische eisen die worden gesteld aan vergoedingsbepalingen in de context van door de staat gesubsidieerde oudedagsvoorzieningsproducten. Ondernemingen en investeerders die zich bezighouden met het vormgeven van contracten bij Riester-bouwspaarcontracten doen er verstandig aan de actuele rechtspositie en mogelijke ontwikkelingen in de hoogste rechtspraak nauwlettend te volgen.

Voor verdiepende vragen over de juridische vormgeving, beoordeling en afdwinging van contractvoorwaarden in de bankensector en aanverwante reguleringskwesties biedt MTR Legal Rechtsanwälte gedegen ondersteuning. Een eerste informatiepunt op het gebied van bankrecht vindt u onder Rechtsberatung im Bankrecht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/toelaatbaarheid-van-jaarlijkse-vergoedingen-bij-riester-bouwspaarcontracten-getoetst/feed/ 0
Nieuwe details over artikel 1 ABR 20/24 in één oogopslag https://www.mtrlegal.com/nl/nieuwe-details-over-artikel-1-abr-20-24-in-een-oogopslag/ https://www.mtrlegal.com/nl/nieuwe-details-over-artikel-1-abr-20-24-in-een-oogopslag/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:19:04 +0000 https://www.mtrlegal.com/neue-details-zu-artikel-1-abr-20-24-im-ueberblick/ Instemmingsrecht bij de invoering van elektronische tijdregistratie – Motivering van het BAG

Het Bundesarbeitsgericht (BAG) heeft in zijn uitspraak van 13 maart 2024 (Az.: 1 ABR 20/24) de medezeggenschapsrechtelijke kaders voor de invoering van een elektronisch systeem voor werktijdregistratie verduidelijkt. De publicatie van de motivering schept duidelijkheid over de rol van ondernemingsraadorganen in deze context.

Uitgangspunt van de procedure

In deze procedure stond de vraag centraal in hoeverre een ondernemingsraad een initiatiefrecht toekomt wanneer een werkgever tot dan toe geen technische voorziening voor systematische tijdregistratie heeft ingevoerd. De ondernemingsraad eiste de invoering van een elektronisch systeem en beriep zich daarbij op het instemmingsrecht volgens § 87 lid 1 nr. 6 BetrVG. Het oordeel van het BAG werd gegeven in het kader van een procedure voor de geschillencommissie.

Uitsluiting van het initiatiefrecht van de ondernemingsraad

Inhoudelijke afbakening volgens § 87 BetrVG

Het BAG stelde vast dat het instemmingsrecht volgens § 87 lid 1 nr. 6 BetrVG uitsluitend geldt voor de aard en inrichting van een reeds besloten systeem voor tijdregistratie. Een initiatiefrecht met betrekking tot de eerste invoering van een dergelijk systeem bestaat echter niet, zolang de werkgever formeel niet tot invoering verplicht is. De rechtbank wees de mogelijkheid af om de werkgever via de geschillencommissie te kunnen verplichten tot de eerste invoering van een elektronisch werktijdregistratiesysteem.

Relevantie van de uitspraak

Bovendien verwijst het BAG naar de recente rechtspraak omtrent de Arbeitszeitgesetz, waaruit volgt dat werkgevers in principe verplicht zijn een systeem in te voeren waarmee het begin en einde van de dagelijkse werktijd van werknemers wordt geregistreerd. Deze verplichting vloeit echter direct voort uit het arbeidsbeschermingsrecht en is geen onderwerp geweest van het instemmingsrechtelijke geschilbesluit.

Gevolgen voor de praktijk

Concretisering van het instemmingsrecht

Het hof oordeelde dat de ondernemingsraad een instemmingsrecht behoudt met betrekking tot het ‘hoe’ van de invoering en inrichting van het tijdregistratiesysteem, maar niet over het ‘of’. De betekenis van § 87 lid 1 nr. 6 BetrVG richt zich dus op technische en organisatorische aspecten van reeds bestaande systemen, en niet op de beslissing over de principiële invoering zelf.

Afbakening ten opzichte van de wettelijke verplichting

Het BAG maakt verder onderscheid tussen ondernemingsraadinstemming en de wettelijke plicht tot werktijdregistratie. Zodra de werkgever verplicht is om tijdregistratie in te voeren – bijvoorbeeld op grond van wettelijke voorschriften – vervalt diens beslissingsruimte in zoverre, en heeft de ondernemingsraad alleen instemmingsrecht ten aanzien van de inrichting van het betreffende systeem.

Conclusie en juridische context

De uitspraak van het Bundesarbeitsgericht onderstreept de scheiding tussen wettelijke plichten van de werkgever en de collectieve vormgevingsrechten van de ondernemingsraad. Het initiatiefrecht van de ondernemingsraad blijft beperkt tot de kenmerken van de inrichting van een tijdregistratiesysteem. De motivering van het BAG is op de website van het hof te raadplegen (Bron: https://www.bundesarbeitsgericht.de/entscheidung/1-abr-20-24/).

Bedrijven, ondernemingsraden en investeerders worden daarmee aangespoord om de actuele rechtspraak zorgvuldig te betrekken bij de organisatie van tijdregistratie binnen het bedrijf. Bij vragen over de speelruimte van ondernemingsraden of over actuele verplichtingen inzake werktijdregistratie ondersteunt het adviseursteam van MTR Legal u graag. Meer informatie en contactmogelijkheden vindt u bij Juridisch advies arbeidsrecht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/nieuwe-details-over-artikel-1-abr-20-24-in-een-oogopslag/feed/ 0
Belastingvermindering volgens § 34 lid 3 EStG ook zonder verzoek mogelijk https://www.mtrlegal.com/nl/belastingvermindering-volgens-%c2%a7-34-lid-3-estg-ook-zonder-verzoek-mogelijk/ https://www.mtrlegal.com/nl/belastingvermindering-volgens-%c2%a7-34-lid-3-estg-ook-zonder-verzoek-mogelijk/#respond Tue, 30 Dec 2025 09:18:31 +0000 https://www.mtrlegal.com/steuerverguenstigung-nach-%c2%a7-34-abs-3-estg-auch-ohne-antrag-moeglich/ Vereisten voor de belastingvermindering volgens § 34 lid 3 EStG

§ 34 lid 3 van de Einkommensteuergesetz (EStG) geeft belastingplichtigen voor buitengewone inkomsten — zoals die bijvoorbeeld kunnen ontstaan door de ontbinding van bepaalde reserves of bij schadevergoedingen — recht op een fiscale begunstiging door toepassing van een verlaagd belastingtarief. Een belangrijk aspect bij het verlenen van deze begunstiging is echter de wettelijke regeling over de eenmalige mogelijkheid tot benutting ervan. Met name bij meerdere buitengewone inkomsten binnen het belastingjaar is bepaald dat de belastingplichtige de keuze maakt voor welke inkomsten de begunstiging wordt toegepast.

Belang van een uitdrukkelijk verzoek

In de bestuurspraktijk en bij de fiscale rechtspraak bestaat onenigheid over de vraag of een uitdrukkelijke wilsuiting van de belastingplichtige vereist is of dat het recht op de begunstiging al als ‘verbruikt’ geldt door de vaststelling van de belasting. Volgens de letterlijke tekst van § 34 lid 3 zin 2 EStG is het formeel aan de belastingplichtige om te bepalen voor welke inkomsten de vermindering geldend wordt gemaakt. Er is echter discussie of dit actief door een verzoek moet gebeuren of dat een feitelijke toepassing door de fiscus volstaat.

Beslissing van het Finanzgericht Hamburg over het verbruiksbegrip

In het besluit van 17 oktober 2024 (zaaknr.: 1 K 141/22) behandelde het Finanzgericht Hamburg de vraag of de eerste toepassing van de belastingvermindering — ook zonder expliciet verzoek van de belastingplichtige — als ‘verbruik’ in de zin van § 34 lid 3 zin 2 EStG geldt. In deze zaak kende de fiscus bij een eerste inkomenssoort de belastingverlaging toe zonder specifiek verzoek.

Kernpunten van de uitspraak van het Finanzgericht

De rechtbank verduidelijkt dat het verbruik van de fiscale begunstiging intreedt zodra de fiscus de inkomstenbelasting vanwege buitengewone inkomsten verlaagd vaststelt en deze vaststelling onaantastbaar wordt voor de belastingplichtige — ook als deze geen expliciete keuze heeft gemaakt of geen speciaal verzoek heeft ingediend. Met deze onaantastbare toepassing is de fiscale begunstiging voor de betreffende periode definitief benut. Een later verzoek om dit voordeel op andere inkomsten van hetzelfde belastingjaar toe te passen of het te wijzigen, heeft volgens het oordeel geen wettelijke basis meer.

Het Finanzgericht wijst er bovendien op dat uit de wet geen aanwijzing volgt dat alleen een actief ingediend verzoek bepalend zou zijn voor het verbruiksbegrip. Doorslaggevend blijft de eerste, onaantastbare toepassing van de belastingbegunstiging door de belastingdienst.

Geen openhouden van verdere keuzemogelijkheden

Wat betreft de praktische betekenis houdt deze uitspraak in dat belastingplichtigen aan wie de fiscus — ook zonder speciaal verzoek — de belastingverlaging volgens § 34 lid 3 EStG toekent, deze begunstiging als verbruikt moeten beschouwen. De mogelijkheid om later om een ‘betere’ toewijzing te verzoeken of andere buitengewone inkomsten volgens § 34 lid 3 EStG fiscaal gunstig te laten behandelen, is daardoor uitgesloten. Dit standpunt is in overeenstemming met het doel van de wetgever om de belastingverlaging uitdrukkelijk slechts één keer per belastingjaar voor buitengewone inkomsten mogelijk te maken.

Gevolgen van de procedure – Opmerking over lopend beroep

In deze zaak loopt een beroep bij het Bundesfinanzhof (zaaknr.: VIII R 29/23). Voor belastingplichtigen geldt daarom dat de beslissing van het Finanzgericht Hamburg nog niet onherroepelijk is en dat de uitkomst van de beroepsprocedure moet worden afgewacht. De onschuldpresumptie geldt en een definitieve juridische beoordeling is afhankelijk van het oordeel van de hoogste rechter. Uitgangspunt blijft altijd de beoordeling van het individuele geval.

Individuele begeleiding bij vragen over belastingverlaging

De beschreven rechtspositie en de rechterlijke beoordeling maken duidelijk hoe complex fiscale keuzerechten en de gevolgen daarvan kunnen zijn — vooral in de context van buitengewone inkomsten. Voor bedrijven, investeerders of vermogende particulieren die met individuele situaties te maken hebben, is een individuele toetsing van de fiscale mogelijkheden aan te bevelen. Wilt u de fiscale gevolgen voor uw situatie laten beoordelen, neem dan via de volgende link contact op met MTR Legal voor deskundig juridisch advies in belastingrecht.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/belastingvermindering-volgens-%c2%a7-34-lid-3-estg-ook-zonder-verzoek-mogelijk/feed/ 0
Eurowings-reclame over CO2-compensatie leidt tot discussie https://www.mtrlegal.com/nl/eurowings-reclame-over-co2-compensatie-leidt-tot-discussie/ https://www.mtrlegal.com/nl/eurowings-reclame-over-co2-compensatie-leidt-tot-discussie/#respond Fri, 26 Dec 2025 09:38:44 +0000 https://www.mtrlegal.com/eurowings-werbung-zu-co2-kompensation-sorgt-fuer-diskussionen/ Misleidende CO2-compensatiewerbung van Eurowings – uitspraak van het OLG Düsseldorf

Het Oberlandesgericht Düsseldorf heeft op 16 december 2025 (zaaknr. I-20 U 38/25) uitspraak gedaan over een reclame-uiting van luchtvaartmaatschappij Eurowings betreffende vermeende CO2-compensatie. Centraal stond de vraag of de gebruikte reclameboodschap de consument misleidt over de milieueffecten van de aangeboden vliegreizen of een feitelijk niet bestaand klimaatneutraal aanbod suggereert.

Feiten en bestreden reclame-uiting

Eurowings adverteerde dat klanten de mogelijkheid hebben om door aankoop van een betaalde CO2-compensatie een praktisch ‘klimaatneutrale vlucht’ te maken. De reclame wekte de indruk dat de door de vlucht veroorzaakte CO2-uitstoot direct en volledig gecompenseerd kan worden.

De Wettbewerbszentrale maakte bezwaar tegen deze reclame-uiting. Naar hun mening wekte Eurowings de onjuiste indruk van een volledige en onmiddellijke compensatie van de uitgestoten emissies. In werkelijkheid worden de betalingen van klanten slechts gedeeltelijk geïnvesteerd in klimaatbeschermingsprojecten waarvan de milieu-effecten vertraagd of zelfs onzeker intreden.

Uitspraak van het OLG Düsseldorf

Het OLG Düsseldorf stelde in haar uitspraak vast dat de bestreden reclame misleidend is. Volgens het hof mag de aangesproken klant op basis van de formuleringen van Eurowings een onmiddellijke en volledige neutralisatie van de aan de vlucht verbonden broeikasgasemissies verwachten. De daadwerkelijke compensatiemaatregelen kunnen aan deze verwachtingen echter niet voldoen.

Het Oberlandesgericht benadrukte vooral dat de weergave van klimaatneutraliteit in de context van de aangeboden vluchten een onjuist beeld bij de consument oproept. De compensatiemaatregelen worden niet gelijktijdig met de vlucht uitgevoerd, maar bestaan meestal in het ondersteunen van langetermijn-milieuprojecten. De daarmee gesuggereerde indruk van een directe klimaateffect is volgens het hof onjuist en in staat het marktgedrag van consumenten te beïnvloeden.

Verder werd bekritiseerd dat de reclame niet voldoende informatie gaf over hoe en in welke mate de compensatie daadwerkelijk plaatsvindt. De vereisten voor een toelaatbare milieuclaim zijn daarmee niet vervuld; in plaats daarvan wordt een ontoelaatbare beïnvloeding aangenomen in de zin van mededingingsrechtelijke regels.

De procedure is na openbare zitting beëindigd met een oordeel. Voor zover bekend op het moment van publicatie is geen beroep toegestaan.

Gevolgen voor reclamepraktijk van bedrijven

De uitspraak benadrukt het hoge vereisteniveau voor transparantie en feitelijke juistheid bij milieuclaims in reclame. Bedrijven die adverteren met duurzame of klimaatvriendelijke producten of diensten, zijn verplicht om nauwkeurige en waarheidsgetrouwe informatie te geven over de werkelijke reikwijdte van hun maatregelen. Het gesuggereerde absolute en onmiddellijke klimaatneutrale karakter van een dienst zoals een vliegreis vereist volgens het hof een duidelijke en volledige toelichting over toegepaste compensatiemechanismen en hun werkelijke effecten.

Aandachtspunten voor bedrijven ter voorkoming van mededingingsrechtelijke risico’s

Tegen de achtergrond van het groeiende belang van duurzame bedrijfscommunicatie zijn heldere en transparante uitingen essentieel om mededingingsrechtelijke bezwaren en het risico op gerechtelijke procedures te minimaliseren. De volledige uitspraak is beschikbaar op urteile.news onder dossiernummer I-20 U 38/25.

Voor bedrijven die willen adverteren met milieu- of duurzaamheidsclaims is deze actuele uitspraak een aanleiding om de betreffende communicatiestrategieën zorgvuldig te toetsen en af te stemmen op de relevante regelgeving. Zo kan een juridisch zekere marktbenadering worden gerealiseerd.

Voor nadere informatie of bij juridische vragen over reclame en eerlijkheid staat MTR Legal u met advies ter beschikking. Deskundig juridisch advies op het gebied van mededingingsrecht vindt u op https://www.mtrlegal.com/offices/deutschland/wettbewerbsrecht/.

]]>
https://www.mtrlegal.com/nl/eurowings-reclame-over-co2-compensatie-leidt-tot-discussie/feed/ 0